is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1927 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerstliedjes

DOOR MAARTEN DIJK. 0

0

0

>AT GRENZEN IN DE EERSTE PLAATS

van politieken aard zijn en nooit geheel voor cultuur gelden, blijkt, behalve uit vele andere dingen, heel aardig uit volksliederen. Deze immers, vroeger gewoonlijk niet eens in druk,

gingen van mond tot mond, zetten zich over de grenzen voort, ondergingen daarbij weliswaar soms kleine wijzigingen van melodie en dikwijls ook de koddigste verbasteringen van tekst, maar bleven aan weerszijden van de grenzen toch in wezen gelijk en werden zoowel daar als hier even gaarne gezongen, zoodat men van vele volksliederen moeilijk kan zeggen, dat zij bij voorbeeld „typisch Duitsch" of „zuiver Fransch" van aard zijn. De oorzaak hiervan is ongetwijfeld het feit, dat volksliederen een algemeen-menschelijke gevoels-inhoud hebben : ze handelen van liefde, oorlog, zeevaart, boerenwerk enz. en kunnen dus overal meegevoeld worden. Slechts de taal is een beletsel voor internationaliseering, maar daarmee wist men ten allen tijde raad, soms — zooals gezegd — op vermakelijke wijze, waarvan een aardig voorbeeld is het alom bekende lied van de drie tamboers, die uit het oosten kwamen. Deze werden echter vermoedelijk in het westen, namelijk in Frankrijk geboren, waar zij dan ook „jong" heeten: Trois jeunes tambours. In Duitschland aangekomen werden zij „schoon": Drei schön' Tamburs, d. w. z. „jeune" werd „schön". Of zij, in Nederland verzeild geraakt, het slachtoffer werden van hun Fransche jonkheid en hun Duitsche schoonheid is niet bekend, doch vast staat, dat zij hier „drie schuin' tamboers" geworden zijn! Het is echter duidelijk, dat zulke wijzigingen het wezen van een lied niet aantasten. Wat nu in dit opzicht van het volkslied in 't algemeen geldt, gaat natuurlijk in nog sterkere mate op voor Kerstliederen, daar deze immers een onderwerp behandelen, dat ver boven het nationale uitgaat, daar het het Christendom tot grondslag heeft. Zoo is bij voorbeeld het bekende „Stille nacht" oorspronkelijk een Duitsch lied (gecomponeerd door Franz Gruber in 1818 op 31-jarigen leeftijd: het eenige van zijn hand, dat bekend werd, maar hoe bekend dan ook!), maar is het niet evenzeer in het Nederlandsche volksbewustzijn overgegaan? 0 Het genoemde lied is te bekend dan dat het zin zou hebben, het hier te citeeren. Maar er zijn vele andere Kerstliedjes, die niet deze bekendheid genieten en toch heusch wel waard zijn, eens wat meer verbreid te worden. Het is daarom, dat ik er hier eenige laat volgen, voorzien van een kleine toelichting. Uit het voorafgaande echter volgt, dat ik met de toevoeging „Fransch" enz. slechts wil aangeven, dat het lied daar uit den volksmond genoteerd werd en dus daar verbreid is. Hetgeen dus niet wil zeggen, dat het zuiver Fransch van origine zou zijn en evenmin, dat een dergelijke melodie nergens anders gezongen zou worden.

Het is mij bij gebrek aan plaats niet mogelijk, de aangehaalde liederen met een pianobegeleiding te geven. Maar eigenlijk zou dit ook onzuiver zijn, want het volk Singt deze liedjes oorspronkelijk natuurlijk nooit met een pianobegeleiding, die er een 19de- of 20ste-eeuwsche burgerhuiskamer-sfeer aan zou geven, die er niet bij behoort.

Meer jammer is het misschien, dat ik door gelijke oorzaak niet overal'alle "strophen kan geven. Echter worden de liederen in verschillende streken van hetzelfde land ook dikwijls weer met een ander aantal strophen gezongen en vaak zelfs met andere of althans gevarieerde. Zoodat ook dit bezwaar niet zoo groot is als het lijkt, temeer daar toch ook vooral de melodie van belang en deze steeds voor alle strophen dezelfde is. 0 Ons eigen land is zeer arm aan Kerstliederen, die niet als „Stille nacht" letterlijk zijn geimporteerd en vertaald. In het noorden van ons land wordt echter in sommige dorpen het volgende lied langs de deuren gezongen op hoop van een kleine belooning:

Wilt achten, waarde huisman~schoon, Wat ik u ga verhalen. Hoe dat God zijnen eigen zoon Voor ons deed nederdalen.

Hij is er van Zijn Vader gegaan. Daar was hij voor geboren. Voor ons als borg weer opgestaan. Al voor die uitverkoren'.

Te Bethlehem al in een stal, Daar lag het kind in doeken. Een wonder voor ons menschen al. Och, mocht men hem maar zoeken!

Hij is nu weer het dierbaar pand, Hij wil tot borg ons wezen. Hij zit nu aan Gods rechterhand; Och, mocht men hem maar vreezen.

Nu wensch 'k u, huisman schoon, en vrouw,

Nu wensch ik u te zamen,

Dat God ook u mag zijn getrouw.

Geluk en voorspoed. Amen.

Met het volgende lied verlaten wij reeds het zuiver Nederlandsche terrein. Het wordt gezongen in Oldenzaal en de nabijheid van de Duitsche grens blijkt uit de taal wel heel duidelijk:

De tekst heeft slechts één strophe: 0

Een kindehen zoo loveliek

Is ons geboren huite

Van eener jonkvrouw zuverliek:

God treust ons arme lui te.

Was ons dat kindeke nich geboorn,

Zoo waren wi alletemale verloorn.

Dat heil is onzer allen.

Heil doe zuuten Heere Jesom Christ,

43