is toegevoegd aan je favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1927 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Kerstkind dat voorbijging

DOOR C. F. VAN DAM,

Met een teekening van W. Heskes. 0

■ES MIDDAGS IS HET KLEINE MEISJE

dan eindelijk gekomen. Vaak hebben de oude vrouwtjes naar dit oogenblik verlangd, maar nog nimmer is het kind, dat dikwijls met het dienstmeisje langs het huis komt, op de

uitnoodigende gebaartjes van de oudjes ingegaan. Parmantig stapt het kleine ding de uitgesleten trap van het oude huis op, het linkerbeen telkens een trede hooger en dan het rechter er naast trekkend, terwijl het meisje met een stevige hand haar steunt. 0 „Dag juffouw.... dag juffouw....", zegt het kind, „ik heet Baby en ga naar Oma die hier ook op de gracht woont.... ik ken u wel.... u zit altijd voor de ramen.." Het dienstmeisje lacht verlegen; zij is verbaasd over de vreugde die de twee vrouwen bij dit bezoek toonen. De kleine kamer wordt een oord van vreemd rumoer en ongekende vreugde. Baby praat rap, maakt kleine gebaartjes, wanneer de vluggesproken woorden wat door elkander rollen, en vraagt over alles wat zij ziet. Zij wil weten wie toch die booze man, achter het glas op den schoorsteen is; of het kanariepietje wel eens uit mag; of de vrouwtjes niet bang zijn om dicht bij de kachel te komen en of zij ook een heel klein broertje hebben die 's avonds net doet of hij slaapt en dan, als het licht uitgaat, zoo erg begint te schreeuwen als laatst die hond van den overkant, die onder een vrachtauto is gekomen, zoo'n heele groote met wel tien wielen; en of de juffrouwen ook een kerstboom hebben, zoo'n heele hooge als bij Oma, die in dit kamertje niet zou kunnen staan. Het eene oude vrouwtje knuffelt het mollige knuistje in hare dooraderde hand, het andere doet haar best om het vrije handje te grijpen. Baby wil het liever niet, maakt zich met een coquet „he nee" los en dribbelt alweer naar een hoek van de kamer, waar haar aandacht door iets nog niet geziens wordt getrokken. 0 „Kom, Baby, kom.... het is tijd voor Oma", waarschuwt het dienstmeisje, en Baby begint afscheid te nemen, dat de vrouwtjes zoo lang mogelijk willen rekken. Na veel heen en weer praten krijgen de zusters tenslotte van het kind de toezegging, dat het op den Eersten Kerstdag, voordat het bij Oma het Kerstfeest gaat vieren, eerst even bij haar zal komen, om te zien wat het Kerstmannetje daar voor Baby heeft neergelegd. De zusters verzekeren de kleine, dat het Kerstmannetje nooit het bovenhuisje voorbijgaat, en hij het nu zeker niet zal doen, nu een klein vriendinnetje op bezoek komt. Trede voor trede gaat Baby de trap af; telkens omkijkend en dagroepend naar boven, waar de vrouwtjes haar nazien en elkanders „dag-dag", „voorzichtig liefïe" en „pas op, toetie", afwisselen. Bij het teruggaan in de kamer trekken zij de wollen doekjes stevig om de magere -schouders en wuiven haar vriendinnetje na door de glazen, en later door het spionnetje, dat een beeld geeft van dê gracht, tot heelemaal bij de tweede dwarsstraat. Den gëheelen middag is de blijheid gebleven. 0

De avond komt op dezen donkeren Decemberdag vroeg. Eea straatlantaarn, die aan den rand van het trottoir.

dicht bij het huis staat, werpt zijn lichtglans door een der ramen naar binnen, waar zij grillige figuren op de zoldering slaat en de schaduw van het vrouwtje bij het raam, grooter dan de werkelijkheid, op den muur en half op de zoldering, gebroken in de samenvoeging van Zolder en muurvlak, teekent. De lamp is nog niet aangestoken. Anna voelt zich verwarmd door het schijnsel van den lantaarn en telkens als zij zich behagelijk verzet gaat de groote schaduw schrikwekkend in beweging. Tegenover haar zit haar zuster. Tusschen beide vrouwen staat de tafel, geschoven tegen den dam tusschen de ramen, waarachter de zusters haar vaste plaats hebben. Het theeblad is goed zichtbaar door het licht dat het nikkelen theecomfoor door zijn vier wit-porceleinen glaasjes, die met romantische tafereelen zijn versierd, naar buiten laat. Telkens knippert de vlam wanneer het wasdrijvertje dieper in de patentolie zakt. 0 „Ik had gedacht", zegt Martha, „als wij eens een mooie pop bij Treffel kochten?"

„Een pop, zeg je? Maar die kost toch minstens vijfendertig stuivers?" 0 „Nou — vijfendertigstuivers? Ik geloof, dat je voor 'n daalder al heel wat hebt.... Zoo een die der oogies kan sluiten.... ik heb 'n mooie gezien met een wit mousseline jurkje...." „En een strooihoedje met keelbanden". „Juist.... en snoezige witlakke' schoentjes". 0 „Wat zou dat heerlijk zijn.... maar een daalder is toch een heeleboel geld". 0 „Ja, je zegt het, en dan moeten wij er toch ook nog 'n suikeren hartje of een ander snoepie bijdoen". ,,'n Daalder.... en 'n snoepie dat wordt wel twee gulden", zegt Martha met een zucht. Het is stil. Beide vrouwen verwijlen met hare gedachten in poppenwinkels en bij suikerbakkers. Het is een gedachtenvlucht, die jaren en jaren teruggaat naar haar eigen jongemeisjestijd. Anna verbreekt de stilte. „We mogen niet meer besteden dan vijfentwintig stuivers.. we kunnen niet meer missen." „Vijf en twintig, zeg je? Nee, we kunnen niet meer missen." 0 „Wat dunk je dan van zoo'n aardig chocolade-kerstboompje? We koopen dan een ons gekleurde kransjes extra en hangen er wat aan de takjes.... Dat kost, meen ik, drie kwartjes hier om de hoek bij Buyens." „Ja, fijn, kransjes.... dan kunnen wij er misschien nog wat overhouden en we hebben nog 'n snoepie met de feestdagen.... Wat 'n schat is die Baby toch...." ,,'n Echte dot.... zag je hoe ze m'n hand vasthield? En hoe ze me dagwuifde?" 0 „Mijn hand hield ze ook vast en toen ze dag-dag op de trap zei, keek ze aldoor naar mij." „Naar jou? En het was zoo donker op de trap?" Even is er een kleine wrijving. Martha gaat snel terug naar een onderwerp, dat altijd haar aandacht heeft. 0 „Trouwens, we zullen van Jet en Flip wel weer zoo'n heerlijk Kerstbrood krijgen en misschien schiet Leendert wel uit z'n slof met 'n malsch stukkie vleesch." „Gus.... ja.... misschien wel 'n rollade." 0 De zusters genieten. Door het opsommen van alle lekkernijen zijn zij even, maar dan ook heel even, het kerstcadeau van Baby vergeten. Als Martha na de rollade het gesprek brengt op Baby's Kerstcadeau, leeft Anna weer dadelijk mede. 0 „En als wij er dan eens zoo'n ansichtskaartenalbumpie bij doen.... Dat heb ik in de bazar al .gezien voor ~'rt kwartje."1" . . 0

48