is toegevoegd aan je favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1927 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wusten, oom Peter wil bespringen. Tergend trekt hij zijn pijp aan, telkens de asch gedachteloos uitstrooiend. Marieke schuilt bij den haard, immer de sidderende geit streelend, die niet van hare zijde wijkt. Eindelijk, geheel beheerscht, zegt Elko, rustig voor zich uit dampend: „Kijk 's oompje, als 't U niet langer bij ons bevalt, ik zal U niet terughouden.... Misschien weet U iemand anders, die U als model beter kan betalen". 0 „Dit antwoord had ik niet van je verwacht Elko", zegt oom Peter eenvoudig. „Ik wist niet, dat je gedachten altijd dien kant uitgaan. Ik dien je niet om beloond te worden." 0 „En waarom niet? Ik doe ook niets voor niets! U timmert de kribben en zorgt voor den jongen, als Marieke er niet is. U is een goed model. Maar rijk ben ik niet! Om U naar behooren te betalen, zou ik over andere middelen moeten beschikken". 0 „Jouw middelen als beeldensnijder waren mij ruimschoots voldoende, zoolang je daarin niet het uitsluitende middel wilde zien om een rijk betaald kunstenmaker van je te maken", antwoordt Oom Peter, hem weemoedig aanziend. 0 „Ik heb allang begrepen beste oom, dat mijn concurrenten jaloersch zijn op mijn succes", hekelt Elko scherp. „Alweer dat leege woord „succes", zucht de oude man. „Op mijn succes", herhaalt Elko geirriteerd, „want daar gaat toch alles om in deze wereld — en, nu ja, U is ook maar een mensch. Men moet het ijzer smeden als het heet is. Niets is mijn collega's heilig, als het er op aan komt. Men heeft toch nergens eerbied voor, Zelfs niet.." 0 „Zelfs niet voor het hoogste, als dit in koopwaar kan worden omgezet". 0 „Zoo is 't oompje. Als je talent hebt moet dat betaald worden". 0 Marieke is opgestaan, komt vertwijfeld naar haar man toe: „Ik heb naar je heerlijke kunst opgezien, Elko. Ik heb geluk en ellende met je gedeeld, omdat ik geloofde in je roeping als mensch-kunstenaar. Met liefde heb ik je tot Moeder Gods gediend, met vreugde onzen kleinen Christiaan tot voorbeeld gegeven. En daarbij heeft Oom Peter ons geholpen. Wij geloofden door jou in onze taak. Door jou, omdat wij geloofden in je begeerte je devote kunst door de wereld te zullen dragen. Met hoeveel liefde heb ik je goddelijk werk gedeeld. Laat dat Zoo blijven Elko", schreit de lijdende vrouw. „Ik bid je, doe mij niet gelooven tot koopwaar te hebben gediend". „Waaraan het zinrijke der bedoeling vreemd is", vult oom Peter onhoorbaar aan. 0 Met een sprong is Elko op den grond. Stampvoetend loopt hij op den ouden Peter toe: „Heb ik je daarvoor van alles voorzien, om beleedigd en gehoond te worden, ja zelfs mijn vrouw tegen mij opgezet te zien?.. Dat duld ik niet. Luister toch Marieke! Wat wil je? Heb ik niet lang genoeg in stilte onze armoede gedragen?" „Wat heb ik dat anders begrepen", stamelt de gemartelde vrouw. 0 „Wat dacht je? Dat ik nog langer die misère zal dulden, nu ik op weg ben met mijn werk carrière te maken?" „Carrière?" 0 „Ja carrière! Dacht je, nu ik kans zie er te komen.." „Man, Elko!" 0 „O, nu begrijp ik je! Nu versta ik je, Marieke. Jij denkt dat ze mijn beelden koopen uit vroomheid. Waar zouden 2e die vandaan hebben? Wie weet eigenlijk wat Liefde,

wat Schoonheid is? Hoe zouden de menschen dan vroom kunnen wezen? Vergis je dus niet. Pronkstukken zijn 't, waarmee zoovelen, bij gemis aan innerlijke devotie, zich bezighouden. Maar de moeder Gods is toegevend. Zij gunt den armen hun genoegen en daar houd ik rekening mede. Zij wil ons doen zien, dat het talent van een kunstenaar waarde heeft en dat zij niet alleen bestaat om in armoede bewonderd te worden. Wij hebben het onze gegeven, laten de menschen het hunne doen en mij betalen voor mijn kunst. Ik wil leven en genieten". Q Marieke staat hem ontzet aan te zien, verbergt het aangezicht in de bevende handen en stamelt: „Heb ik mij daarvoor gegeven?" @ „Je zult eens zien wat wij bereiken! De eerste prijs wordt mij zeker toegekend. Geen verhevener moeder Gods is denkbaar! Je bent een toonbeeld van het eeuwige moederbegrip. En dan onze jongen? Kun jij je een heerlijker kindeke voorstellen? Mijn groep is prachtig. Alles, de compositie, de gedachte". 0 „Maar niet de geest, de waarachtigheid", besluit oom Peter aangedaan. 0 Elko verstaat oom's woorden niet, hoort alleen diens klagend geluid. 0 In plotse verandering van stemming klopt hij hem opgewonden op den schouder, uitroepende: „Kom hier, goede Jozef, jij bent er ook debet aan! Je zult eens zien, wat ik met je doe! Als het werk klaar is, kun je gaan, ouwe zondaar. Als de fuif is afgeloopen. Ineens ben ik in het beste humeur! Daar moet ik van profiteeren kinderen. Ik ga mijn pijpje rooken met de makkers. Tot straks en stook het vuur wat op". De muts scheef over de ooren getrokken, de jekker half om het lijf gesjord, stapt hij zorgeloos-neuriënd naar buiten, in de blanke klaarte van het maanlicht. De ijzige nachtvorst dringt naar binnen, terwijl de vrouw het slapende jongske voorzichtig in het bedje legt. Oom Peter helpt haar en samen bewaken zij den kleine. „Lieveling, klaagt de bedroefde moeder, „ben je daarvoor op de wereld gekomen?"

De Kerst-tentoonstelling is geopend. 0 Tusschen de beelden-groepen schuifelen de modieus gekleede aanschouwers voorbij, druk pratend, of ook wel aandachtig het geëxposeerde bij het langsgaan bekijkend. Vroolijk rumoer vult de zalen, waarin de bezoekers ronddrentelen; enkelen vleien zich neer in de zachte kussens der rustbanken. Het gedempte gegons der mompelende invités drijft over de hoofden der aanwezigen en hier en daar klinkt een lachje op. Hoog in de zaal slingeren guirlandes mistletoe, met roode linten saamgebonden. In het midden, vanuit de kap, hangt een omwatte lantaarn neer. In de hoeken der groote Zaal zijn palmen en tapijten tot een Oostersch trophee saamgeste ld, waarmee de sneeuw-bevlokte maretak een zonderling contrast vormt. Jonge dames, de kostbare bontmantels los om de schouders geslagen, opdat de elegante-snit hunner five o'clock tea-toiletten duidelijk zichtbaar komen, promeneeren, de face a main herhaaldelijk naar de oogen brengend, als er een chique gekleede dame voorbij schrijdt, of een bekende haar opmerkzaamheid trekt. Er zijn er velen, vergezeld van heeren, die, den hoed in de hand, voortdurend bezig blijven het tentoongestelde kritisch te bespreken, waar-tusschendoor zij binnensmondsche toespelingen maken op de langs-komenden. 0

55