is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1927 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ouderen wijzen elkaar bedaard de „Heilige familiegroepen", hardop hun meening lanceerend, met de kennersblikken van hen, die de grootheid der zelfopoffering van zeer nabij kennen. Jongelieden staan her en der tegen de breede piëdestals geleund, waarboven beeldengroepen oprijzen. Ze glimlachen, de jongelingen, tegen kennissen, buigen voor mondaine meisjes, maken fluisterend afspraakjes voor het komende bal-masqué of de voetbal-match. Een enkele staat in devote aanschouwing, de catalogus latende neerhangen in de onbewogen hand. 0 Rondom'een der beeldhouwwerken hoopen halsreikend bezoekers tezamen. Het is een forsche schepping, vol plastische menschelijkheid. Men staat er voor in zwijgende verwondering.

„Magnefiek", prijst een vorm-lievend heertje. „Of het levend is", zegt een ander. 0 „Er is veel moois hier, maar dit is bepaald extra", roemt een ontwikkelde dame. 0 „Heel goed", bevestigt ernstig de man met de neerhangende catalogus, „maar 't is jammer dat de goddelijke waarachtigheid van de smart er niet tot uitdrukking in komt". 0 „Als ik ruimte had", protesteert wat nijdig een zalvende dame, „liet ik de groep bepaald in mijn hal plaatsen". _ 0

„Het kindje is gewoon schattig", lispelt een jong meisje verteederd. 0 Niemand bemerkt, dat, tusschen de aandachtigen, het hoofd naar den grond gericht, het Maria-model zich tusschen hen schuil houdt. Men dringt haar weg, oordeelt over haar, tot opeens de toeschouwers zich omwenden, ruimte makend voor Elko, die luidruchtig een heer naar zijn kunstwerk voert. Men heeft hem herkend. „Dat is nu de beeldhouwer", verklaren de menschen elkaar. Ze stooten hun buurman aan, vertrouwelijk gedempt mededeelend: „Dat is 'm nu". En laten den interessanten beeldensnijder door. Met extatisch ontzag dwaalt Elko rond zijn schepping, terwijl hij, de vingers uitgestrekt, verklaringen geeft. Geen oog heeft hij voor zijn publiek, waarvan hij weet dat het hem van top tot teen bekijkt. Alleen de heer, die hem vergezelt, heeft zijn bijzondere aandacht. Het is een kunstkooper. Achteruit stappend om beter zijn werk te kunnen overzien, bonst hij tegen bezoekers aan, die, onmiddellijk zich verontschuldigend, terug-wijken. Elko kijkt nonchalant achter zich, glimlacht. 0 Doch opeens staat vlak bij hem Marieke, die schuchter in de menigte wil verdwijnen. Als betrapt ziet zij hem verlegen aan. 0 „Jij hier Marieke". Meteen trekt hij haar naar voren, toont haar den heer, die, niet wetend wie hij voor heeft, haar nieuwsgierig aanstaart. 0 „Kijk eens aan, mijnheer. Hier is mijn Moedermaagd. Zij is zeker hier om te hooren hoe mijn werk zou besproken worden". Hij hield de kwijnende vrouw bij de hand. „Uren heeft ze er voor gegeven. Zie eens hoe wonderlijk haar oogopslag, hoe echt haar wezen is?" De heer veegt zijn lorgnet schoon, zet deze weer over den neus en richt daarna keurend het hoofd op. Telkens vergelijkt hij het moeder-beeld met het levend model, voldaan knikkend: „Subliem! Schitterend! 0 „Zonder eten, bijna, heeft zij daar gezeten", prijst Elko, „vermoeid, zonder morren, met het kind op haar schoot. Als mijn doel maar bereikt werd.. was haar alles goed". „Maar dat zal nu anders worden," troost de kunst-

koopende heer. „Deze groep is prachtig. Uw geduld, Uw liefde heeft heusch tot iets gediend". „Tot iets?" herhaalt Marieke vertwijfeld. 0 „We zullen de concurrenten doen watertanden, "glimlacht de heer. 0 „Ga nu naar huis Marieke", vleit Elko. „Onze jongen zal je noodig hebben. Onze groep is gekocht en wordt gereproduceerd". 0 „Gereproduceerd in alle maten", voegt de heer er aan toe. Verder komi hij niet. Marieke is reeds tusschen de dames en heeren verdwenen. Tot aan het einde der zaal ziet Elko haar met gebogen hoofd voortgaan naar den uitgang. Zonder op te zien gaat zij verder, het plein over, de straten door, tot zij in de buitenwijk komt, waar haar woning ligt. 0 Oom Peter staat aan de schaafbank te werken, den kleinen Christiaan voor zich. Vredig zit het kind met een Christusbeeldje te spelen. Geruischloos treedt Marieke binnen, legt besloten de hand op Peter's arm en zegt gelaten: „Ik moet weg". 0 „Weg", schrikt Peter, „en waarheen?" „Naar een plaats waar niemand ons kent. Wil je met

mij gaan

0

Zij neemt haar kind op, wikkelt het in een doek, richt

dan de leedvolle oogen op den ouden levens-makker. „Je hebt wel gelijk gehad oom Peter. Zijn schepping en wij dienen alleen nog maar om te behagen. Wij moeten weg . . ."

En heen gaan zij, gedrieën, in dien kouden winteravond.

Vergezeld van den kunst-kooper is Elko laat naar huis gegaan. Dankbaar verheugd en met brandende vreugde. Zijn werk is bekroond en verkocht. Geheel vervuld van deze gedachten komt hij aan zijn woning. Wat is dat? De deur geopend en niemand hier. En zijn vrouw, de kleine Christiaan en oom Peter? Waar zijn zij? 0 Ontdaan loopt hij de kamer door, het schuurtje in. Niemand! Zelfs het geitje is van het erf verdwenen. Hevig verschrikt komt hij op den weg terug, kijkt links en rechts. Snerpend waait hem de sneeuw in het aangezicht. 0 „Ik heb je vrouw zien gaan", roept iemand hem toe. „Of ze vluchtte. Met 'r jongen en den ouden Peter." Wankelend keert Elko terug. Hij heeft begrepen. 0 Geslagen zinkt hij over zijn werkbank neer, het gelaat in de handen, schreit: „Den kunstenaar is niets gebleven dan het succes". Nu weet hij, dat wat hij gewonnen heeft niet opweegt tegen wat hij verloor. 0 De kunst-kooper, die Elko sprakeloos heeft aangezien, is opgestaan. 0 Elko grijpt hemrbij de schouders, blikt hem in de oogen en vraagt met diepe wanhoop: „Begrijpt U waarom zij zijn heengegaan?" 0 En alsof de waarheid hem plotseling wordt geopenbaard, knikt de heer verslagen: „Ik begrijp! Wij wilden inplaats van het zinnebeeld der menschwording, de verdwaalde menschheid koopwaar in beeldvorm geven."

„En zij, die ons ten voorbeeld strekten, zijn gevlucht. Wij moeten alles doen om hen terug te vinden." En heen trekken zij, almaar voort, steeds den voorbijgangers vragend naar hen die zij zoeken. 0 Vreemd, iedereen kent ze, doch bijna alleen nog maar van naam.... 0

56