is toegevoegd aan je favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1928 [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Winterlandschap.

Naar een houtsnede van J. van Mastenbroek.

waar in de lommerd, maar het behoort niet tot de onmogelijkheden iemand te vinden die ons gaarne achthonderd francs leent om het in te lossen, als wij beloven, het den dag na het diner weer te beleenen. Dus, — ging de Balzac onweerstaanbaar voort: Morgen, Maandag, het zilver inlossen; Dinsdag, conferentie met den restaurateur om een prachtig menu op te maken; Woensdag invitatie op geschept oud-hollandsch papier aan den mode-melkmuil; denzelfden avond het diner, waarop wij te weten zullen komen, hoeveel ton de toekomstige theater-idioot zal storten; Donderdag contractteekenen bij den notaris; Vrijdag geheime réunie om het prospectus samen te stellen; Zaterdag, het drukken ervan in honderdduizend exemplaren; Zondag, een kolossale affiche op alle muren, kolommen en monumenten van Parijs en acht dagen daarna de geweldige, sensatiemakende verschijning van het eerste nummer van de »Chronique dé Paris"l 0 Het geschiedde ongeveer, zooals de Balzac het in zijn meesleepende fantasie had voorgesteld, ongeveer! Het zilver werd ingelost en was van zulk een prachtige kwaliteit, dat de overblufte restaurateur met plezier de fijnste gerechten en de duurste wijnen op crediet leverde; de blonde jonkman had de invitatie aangenomen en verscheen in een rokcostuum, dat verschillende kreten van bewondering uitlokte. Het was een gedenkwaardige avond. Een twintigtal van de uitnemendste schrijvers, die tot de redactie zouden behooren, lieten hun geest en vernuft fonkelen. Het gesprek was even pétillant en opwindend als de champagne en behandelde de meest ^teenloopende onderwerpen. Het theater, de politiek, °|e romans, de vrouwen, alles passeerde de revue. Bij net dessert kwam het groote oogenblik, de Balzac stond °P en sprak: „Mijne Heeren, gij weet allen wat het doel is, dat ons hier heeft samengebracht met den charmanten jongeman, die hier naast mij zit en dit diner

met zijn "esprit" heeft willen opluisteren. Dit doel is de oprichting van een krant, die dank zij hem, dank zij zijn breede vrijgevigheid de eerste plaats zal innemen in de reeks van groote bladen van deze eeuw. Zonder zijn tusschenkomst zou de wereld verstoken blijven van een serie meesterlijke artikelen, van hem en van ons, waarnaar zij snakt. Hoewel ons onderhoud zeer kort is geweest, heeft hij mij genoeg te verstaan gegeven, om te weten, dat de Chronique de Paris aan hem haar bestaan, populariteit, voorspoed en autoriteit zal hebben te danken. Hij zal niet alleen met schitterende bijdragen haar aanzien verhoogen, hij zal met heel zijn fortuin voor haar in de bres staan. Het bestaan van ons dierbaar blad is verzekerd. Ik zou nog veel kunnen zeggen over de wonderbare toekomst, die het tegemoet gaat, maar ik laat het woord liever aan onzen gast, die ongetwijfeld brandt van verlangen om te zeggen welke som hij denkt te storten, wat hij wenscht te doen voor onze onsterfelijke Chronique de Paris". 0 Ziehier het merkwaardige antwoord van den charmanter* bankierszoon: 0 „Mijne heeren, we zullen zien, ik zal er met mijn papa over spreken".... .0 Balzac werd bleeker dan het damasten tafellaken en zijn kameraden verbleekten met hem om het korte „ik zal er met mijn papa over spreken". Heel het stel geniale kerels had zich laten bedotten door de kinderlijke naïviteit van den jongen snaak. Na genoten te hebben van hun complimentjes, na gesmuld te hebben van hun voortreffelijk diner dat weliswaar geen geld, maar destemeer moeite had gekost, stapte hij heen, tevreden over zijn goed geslaagden avond'.* 0 De Balzac was subliem in zijn nederlaag, nauwelijks was het millionnairszoontje verdwenen of hij kondigde met plechtige stem: „Mijne heeren, de nieuwe dag breekt aan, laten wij het zilver weer naar de lommerd brengen."

7i