is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1928 [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat komt ervan, als dergelijke broekemannetjes al naar meisjes kijken!"

In machtelooze woede beet hij in zijn kussen, 's Nachts droomde hij van geschiedenisleeraren, die hem tienduizend maal het woord Chicago lieten schrijven, terwijl de opgewonden kreten van het voetbalveld tot hem doordrongen. En hij voelde de koude, spottende blikken van een hartelooze coquette op zich gericht. In zijn droom zwoer hij, dat hij nooit zou trouwen. Vrouwen waren slangen, allemaal!! 0

Avonddroom.

Toppen in den avondwind, in het stille bosch begint schemer te komen. Rust om mij heen, ik ga alleen

door 't land van droomen.

Een droom van goud en avondgroen. Mijn voeten spoen door 't duister henen. Ik ruik den dauw, hoor tikken flauw,

geluk van weenen. Joannes Reddingius.

Museumschouwburgplan van architect J. F. Staal te Amsterdam

DOOR VAN DEN EECKHOUT. 0

0

0

>ET AMSTERDAMSCHE STADSDEEL,

dat zich achter Dr. Cuypers' mooie Rijksmuseum in den loop der jaren heeft ontwikkeld, behield een groote open ruimte, waar men eerst geen rechte bestemming voor

wist. Die zeer groote ledige ruimte te midden van de villawoningen der welgesteldsten is toen—voor een dertig jaar terug reeds — aan de zijde der van Baerlestraat met een houten IJsclub-gebouwtje afgesloten, en zoo zag men daar dus 's winters, als het ijs tenminste „zijn medewerking verleende", de kinderen van Amsterdams welvaren op de schaats spanceeren. En niet alleen de kinderen. 0 Op zomerdagen was, door de spijlen van het hekwerk van dit terrein heen, verder meestal een in tenten flirtend tennisvolk te bezichtigen. 0 Het droeg alles het kenmerk der tijdelijkheid. Maar: il n'y a que le provisoire qui dure; die niet zeer fraaie tijdelijkheid nam de houding aan, van misschien nooit

147