is toegevoegd aan je favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1928 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden de korsten gezuiverd, dan werd het behang bij gedreven met zilver bezetting en eindelijk was het gereed, om de goudvloeiing te ondergaan. Na den wereldoorlog ging de goudledernijverheid met reuzenschreden achteruit, af en toe kwamen nog wel officieele restauratiewerken voor, maar de belangstelling der menschen concentreerde zich op volkomen andere dingen. 0

In zijn rustig atelier te Bussum, waar tal van kostbare instrumenten ondergebracht zijn, benoodigd voor zijn arbeid, werkt Jan Mensing, een krachtige zestigjarige, die zich iederen dag met dezelfde lust en opgewektheid op zijn lievelingswerk toelegt en die, met den Italiaan Guiseppe Norsa, de eenige goudledermaker ter wereld is, welke op dit gebied een internationale vermaardheid geniet. Een kunstenaar, die na veel opoffering en teleurstelling, steeds het groote doel voor oogen hield: zuivere kunst, wars van reclame en namaak. 0

Wandeling in ZuidLimburg

DOOR J. A. HUYSKES.

Met zes foto's van den schrijver. 0 0

'ERINNERT GE U NOG DIE PRACH-

tige wandeling, die we samen maakten, dwars over de heuvelen en door de beemden van dat schitterende land, in de sproke genoemd „de droom van God" — Zuid-

Limburg? 0 Vroeg in de morgen togen we uit. De ochtendnevelen lagen nog op de velden en de opkomende zon verreinde ze tot een zilveren mist. Zoo koel, zoo frisch was alles. De wereld leek wel pas geschapen. Iedere grashalm droeg zijn klare dauwdrup, de wind sliep nog en de vogels probeerden aarzelend hun morgenzang. Met het klimmen van de zen trokken de nevelen op en toen we het boschweggetje bereikten, viel er al een fijne schijn achter de bocmen vandaan: goudkleurig zonlicht, door lichte wolken getemperd. Deze spiegelden zich in de plassen in de wagensporen, niet ontstaan door regen, maar door een trage bron, waarvan het water rusteloos naar beneden sijpelt, naar de Geleen. 0 Slechts weinigen kennen de Geleen. Voor de meesten is Zuid-Limburg de Geul en Valkenburg. Maar liefelijker, minder grootsch en ook minder geëxploiteerd is de Geleen. 0 We klommen toen een heuvel over. De haver was gemaaid en aan hokken gezet. De morgenzon wierp lange schaduwen over het stoppelveld. Wat prachtig stak de rijke, gele tint van de haver af tegen het diepe blauw

182