is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1928 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Teekening van Chr. Damen.

Paschen.

Loopt vlug, mijn haasjes, gauw maar, Wij moeten naar de stad, De menschen eitjes brengen, We geven ieder wat!

Hier krijgen ze chocolade, En daar 'n suiker-ei! Of wel 'n fijne Paasch-haas, We maken z' allemaal blij!

Maakt voort, m'n kleine haasjes, We stoppen d' eitjes weg! Ze moeten uren zoeken, Vóór zij ze vinden, zeg!

A. Sutorius.

Lente-wandeling.

Buiten schijnt 't zonnetje, Moeder is verheugd Gaat nu naar 't strand toe Met de poppenjeugd.

Met Toto en Meta Lien en Teddy-beer Willen ze genieten Van het Lente-weer.

„Moesje" zegt pop Meta, 'k „Heb het toch zoo heet, Dat ik van de warmte Haast geen raad meer weet.

Mag ik zonder mantel Verder wand'len gaan? Waarom trok u ons nu Wollen kleeren aan?"

„Kijk", zei moeder Lies toen: „Weet je wel m'n schat Dat 'k toen in mijn bloesje Koude heb gevat?

Beter wat te warm Dan zoo dun gekleed Als de zon gaat slapen, Blijft 't heusch niet heet".

Stella Mare.

191