is toegevoegd aan je favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1928 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vlucht zilvermeeuwen aan het strand te Scheveningen.

Uit de praktijk van de vogelfotografie

DOOR N. TINBERGEN.

Met foto's van den schrijver. 0 0 0

E VOGELFOTOGRAFIE IS EEN KUNST of 200 ge wilt: een sport, die den laatsten tijd hoe langer hoe meer beoefenaars gaat tellen. En ook deze „sport" heeft vele goede zijden: ze brengt haar menschen naar

buiten, in de gezonde open lucht, ze leert de menschen een open oog te hebben voor het echte leven van de dieren en bevordert zoodoende een goede verhouding van menschen- en dierenmaatschappij. 0 Men ziet, dat er tengunste van de vogelfotografie veel gezegd kan worden. Maar er zijn ook bezwaren aan verbonden, vooral bezwaren, bekeken van het standpunt van de vogels zelf. Om dit te kunnen begrijpen, gaan we eens na, op welke wijze de vogelfotografie beoefend wordt. Wat zijn de resultaten, die wij te zien krijgen, in de meeste gevallen? Een nest met eieren, een nest met jonge vogels, een nest met de oude vogels er bij, bezig met broeden of met het opvoeden van de jongen. Onze tweede en derde foto geven hier een voorbeeld van. Foto 2 geeft ons een drietal jonge boomvalkjes op de horst; aan de foto is nog heel veel af te lezen: de drie valkjes verschillen in leeftijd, rechts zit de oudste, een mannetje, in 't midden zit de jongste van de drie, wat te zien is aan het vele dons, dat hij nog bezit. Hoe ouder de vogel nl. hoe meer dons hij verliest. 0 De moeilijkheden, die aan een dergelijke opname gepaard gaan, zijn soms niet gering; het boom valkennest zat acht meter hoog in een vrij donker bosch, en om bewegende jonge vogels te kunnen fotografeeren, is veel licht noodig. 0 Foto 3 is een broedende fazantehen, door haar schutkleur wondermooi verborgen tusschen het ruige gewirwar van duindoorn, gras, eereprijs enz. Deze opname is niet zoo moeilijk als men aanvankelijk wel zou meenen. Een fazant zit meermalen zoo vast te broeden, dat een mensch vlak bij 't nest kan komen zonder dat de vogel opvliegt. Integendeel, hij houdt zich dan juist doodstil, geheel afhankelijk dan van zijn schutkleur. Een bewijs

hiervoor levert wel het feit dat deze foto tien seconden belicht is! ®

We zien dus, dat de resultaten van de vogelfotografie meestal foto's zijn van den vogel in den broedtijd op of bij het nest. En dit is begrijpelijk, want het nest trekt steeds de vogels tot zich, men kan daar dus zijn toestel op richten en als men èn het toestel èn zichzelf voldoende verborgen heeft, zullen de vogels voor het toestel verschijnen, omdat ze dan aan een plek, nl. het nest, gebonden zijn. Dit is een groot voordeel voor den vogelfotograaf, want waren de vogels niet aan een plaats gebonden, wat zou het dan een toeval zijn, als ze op de gewenschte wijze voor de lens verschenen! 0 Maar hoe ziet het geval er uit, van vogel „standpunt?" In 't gunstigste geval laat het hun onverschillig, nl. als toestel en fotograaf zich volkomen één hebben gemaakt met de omgeving, zoodat de vogels van hun aanwezigheid niets merken. Dit laatste is echter zoo goed als nooit mogelijk en dus worden de vogels altijd even teruggehouden van het nest, soms zoo sterk, dat het broedsel daardoor mislukt. 0 Een (historisch) voorbeeld ter verduidelijking: Een fotograaf had zijn zinnen er op gezet, om een foto te maken van een zilvermeeuw bij 't nest en daartoe ging hij in een van de zilvermeeuwenkolonies in onze duinen op zoek naar een gunstig gelegen nest. Dit werd gevonden, een toestel en een schuiltentje werden opgezet, een beetje gecamoufleerd en nu wachtte hij maar af. De oude meeuwen dorsten niet bij 't nest te komen, ze waren bevreesd voor toestel en tent en de eieren waren nog maar kort bebroed, waaruit volgt, dat de behoefte om ze te bebroeden voor de vogels nog niet zoo sterk was, als zij later zou worden. (Gedurende de broedtijd wordt nl. eenige weken lang het broedinstinct sterker, om dan weer een beetje te verslappen; is dus het maximum bereikt, dan zal de vogel zijn vrees voor 't toestel eerder overwinnen dan in 't begin van den broedtijd). Gevolg was, dat de vogels niet op 't nest kwamen, zoodat het broedsel verloren ging. Wat leeren we nu uit dit eene voorbeeld? ^ 0 Ten eerste, dat een vogelfotograaf in de éérste plaats om den vogel moet denken en dan pas om de foto die hij graag hebben wil, m. a. w. dat zijn eerbied voor het heilig bezit van den vogel zoo groot moet zijn, dat hrj gaarne van zijn foto afziet, als hij deze slechts zou

206