Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 70 -

gift doet „secundum fidelium nostrorum justas petitiones et ecclesiasticas facultates" aan het „monasterio Thornensi per intercessionem venerabilis viri Notgeri Tunigrensis seu Leodicensis episcopi" en welk monasterium ondergeschikt was aan het episcopaat van dezen bisschop. Daarna volgen de schenking der kerken van Britte, Hemert en Avezaat aan het klooster van Thora, welke kerken bisschop Notker te voren reeds „in amplificationem ecclesiasticae facultatis et aggerationem remunerationis supernae" aan het stift had afgestaan.

De redactie van dezen schenkingsbrief nu leert veel. Vooreerst blijkt eruit, dat er bereids in 1007 voldoende „fideles" waren met „justae petitiones", dat Thorn's monasterium in geestelijke jurisdictie onder Tongeren ressorteerde en dat de bisschop de emolumenten der kerken van Britte, Hemert en Avezaat weggaf aan Thora, maar dit weggeven liet sanctioneeren door den koning, die immers door deze wereldlijke sanctie de verre goederen beter beveiligt wist tegen infractie dan door de kerkelijke autoriteit alleen.

Plaatsruimte ontbreekt mij om op de Fundatio verder door te gaan, daar het lezen en verwerken der 175 acta veel werk en nasporingen zou gaan kosten, alleen dit is mij nu reeds gebleken, dat al vrij snel de hoogheidsrechten der abdij werden aangevallen, want de acta onder de nummers 3, 4, 5, 6 en 7 van mijn copia en welke vallen tusschen de jaren 1282 tot 1310, hebben alle betrekking op approbationes et confirmationes van privilegia, tevoren reeds gegeven aan Thorn's stichting.

Keizer Maximiliaan geeft 2 Juli 1494 in een uitgebreid schrijven nog eens een opsomming van al den eerbied, dien men de Abdis en het Convent in vorstelijke onderdanigheid verschuldigd is.

Gaat men op een mooien Meiedag Horn's burcht voorbij en slaat men de groote heirbaan in, in de richting van Maeseyck, dan komt men dra in een natuur

Sluiten