is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 29, 1923, no 3/4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 8 —

thans onze Koningin, de jeugdige, fiere Koningin der Nederlanden, meer dan alle Koningen bemind door Haar volk, meer dan alle vorsten gekend en gevierd door gansch de wereld.

Zoo is dus deze Munsterkerk het zinnebeeld van ons geëerbiedigd Vorstenhuis, het zinnebeeld van Uwe Koninklijke Majesteit.

Gelijk wij nu in deze kerk den tempel zien, waarin God wil vereerd worden, zoo zien wij in Uwe Majesteit de vertegenwoordigster van God, van Wien alle gezag komt en door Wien, naar het woord der H. Schrift, de Koningen regeeren en de Wetgevers verordenen wat recht is.

En gelijk wij onze Munsterkerk in eere houden en liefhebben om hare historische herinneringen en de sierlijkheid harer edele kunstvormen: zoo eerbiedigen wij in Uwe Majesteit de doorluchtige Telg van ons historisch Vorstenhuis en zijn wij aan Uwe Majesteit met innige liefde verknocht om al het edelaardige, dat uitgestraald wordt door Haar Koninklijke persoon.

Maar dit kerkgebouw is meer: het is een huis van Leering en een huis van Gebed. Hier wordt door Ons het volk geleerd Gode te geven, wat God toekomt, en aan Uwe Majesteit, wat Uwer Majesteit verschuldigd is.

Hier stijgt op eiken kerkdag, ja dagelijks, ons gebed ten Hooge, om heil en zegen af te smeeken voor Uwe Majesteit, heil en zegen over den doorluchtigen Prins, dien God Uwer Majesteit geschonken heeft als Haren Koninklijken Gemaal, en aan wien wij ons gelukkig achten hier naast Uwe Majesteit onze diepgevoelde hulde te kunnen aanbieden.

Moge God dat gebed verhooren ! dan zal ons doorluchtig Vorstenhuis een onafzienbare reeks van jaren in vollen luister blijven stralen evenals dit kerkgebouw, terwijl onze liefde en trouw — het zij hier plechtig beloofd — onwrikbaar zullen blijven in alle toekomst, evenals de

arduinen grondslagen, waarop deze tempel is gevestigd".

* * *