Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

eene ombuiging naar links, en reeds den westkant van het kasteel bespeurende, weldra te staan voor eene kleinere laan van kastanjes, die aansluiting geeft op een steenen oude brug, waarover men toegang krijgt tot het poortgebouw, de eerste ingang van het slot. Want het kasteel Hillenraad wordt eerst betreden, wanneer men na op een grooten voorhof te zijn gekomen, een langere monumentalere (in arcature) brug heeft gepasseerd, die direct aansluit op twee stoepgangen links en rechts, naar een hooger gelegen bordes, zich uitstrekkend over de geheele breedte van den middenbouw van het kasteel en in het midden waarvan de rijk gestyleerde deur in rondbouw en gevat in een ornamentieke omlijsting van de eerste helft der 17de eeuw, de directe entree vormt tot de mooie hal van het kasteel. De afzettingen van bordes en stoepopgangen zijn verder van dezelfde arcature als die der brug.

De eerste indrukken, die men krijgt, wanneer men staande in den voorhof en gekeerd naar het front van het kasteel, het gebouw opneemt en de verschillende lijnen in zijne wederkeerende regelmatigheid betracht, zijn zeer beslist en geven geen ander beeld, dan dat de bouwer (eigenaar?) iemand moet geweest zijn, die, prijsstellende op groote orde van zaken, een machthebber was in een tijd, toen het kasteel werd verbouwd in den trant zooals het thans voor ons staat. Want zoo als het daar staat was het meer dan de woning van een landedelman, het was de behuizing van eenen kleinen dynast, die in Hillenraad den invloed van zijn persoon vastlegde en er aanzien en voornaamheid aan heeft gegeven. Ik sprak daar van verbouwing. Hillenraad heeft naar alle waarschijnlijkheid twee groote verbouwingen of ombouwingen ondergaan, en de verbouwing, waaruit het kasteelbeeld, dat wij thans hebben, te voorschijn is gekomen, valt niet later dan het begin der 17de eeuw, en moet zoo ongeveer samen vallen met den tijd, toen Arnold 'Dietrich Schenck von Nydeggen met zijne echtgenoote Maria d'Oyenbrugge, na hun huwelijk te Luik op 20 Juni 1620, het slot gingen betrekken. De wapens dezer lieden onder de

Sluiten