is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 31, 1925, no 1/2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 21 —

derd telden! Het kerkenhuis op Venraijsch gebied heeft dienst gedaan tot aan de Fransche revolutie.

Het oude kerkenhuis was een laag gebouw met kleine van ouderdom verweerde ruitjes, in lood gevat, als gezegd.

Kort bij lag een langgetrokken moeras, dat van Meerlo afkwam en zich voortzette tot langs de kapel van Holthees. Het werd voor dertig jaren gedeeltelijk ontgonnen. De Smakt ligt vlak aan de Noordbrabantsche grens. De scheiding wordt gevormd door de beek.

De Smakt bestond eerstens uit enkele huizen bij de kapel, waarbij het groote huis der molenaars-familie Asselberghs van ouds bekend was, de Loobeek en eenige verspreide woningen en hoeven. Kwam men daar buiten naar het zuiden, dan lag daar de Smakter heide met veel zand, heide en moeras. Iets meer naar het westen lag een merkwaardige streek.

Tegen de Brabantsche grens ligt eene inzinking van den bodem de Spurkt, waardoor de beek stroomt. Zij heeft geen vast bed, maar stroomt in het wild door verschillende geulen en vormt daardoor een groot moeras. Waar het langzamerhand wat drooger werd, staan hoog op gegroeide struiken van berken, elzen, wilgen en ander hout. Een groot gedeelte van het terrein is met water bedekt. Hier groeien biezen, riet, lisschen, mane of plompe bladeren, waterleliën in groot aantal. De beek zoekt haar wegen tusschen die halve en heele eilandjes. Middenin ligt een klein eilandje, waar men indertijd boomen plantte, die vastheid aan den bodem gaven. Hierop staat't houten huisje van Nefkens dat zeer geschikt is om de vogelwereld te bespieden. Want het wemelt hier van allerlei watervogels, die hier vrijwel ongestoord hun voedsel zoeken en hunne nesten maken.

Het zijn kleine zilvermeeuwtjes, allerlei soort eenden, waterhoentjes en snippen. Verder vindt men hier de vreemde fuut, die bij naderend gevaar zich langzaam naar beneden laat zakken ofwel ziet men er een otter, die daar op visch jaagt, 't Is er in den zomer heerlijk stil. Men hoort alleen de vogels, die overal met elkander schijnen te spreken en