is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 31, 1925, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 77 -

1. Een klooster met tuin, groot twee morgen, genaamd Jeruzalem te Venray, komende van de Nonnen;

2. Een Franciscanerklooster met tuin, schuur, tuin en drie kamers naast het klooster te Venray, komende van de Franciscanen;

3. Een huis in Venray gelegen met vier kamers, kelder, zolder en een kwart morgen tuin, komende van de Franciscanen, in pacht bij Gerard Ramaekers;

4. Een klooster met tuin, bakhuis, en een klein huisje naast het klooster te Oostrum,komende van de Augustinessen;

5. Een watermolen cp de beek bij het klooster, te Oostrum, komende van de Augustinessen.

Tot dien tijd waren de goederen bij de voormalige eigenaars in pacht, behalve het huis in Venray.

Zoo heeft Oostrum ook al vervolging moeten lijden. Maar het is in goed vertrouwen op de toekomst en door hard werken er weer bovenop gekomen.

Thans is het vooral door het nabij zijnde station welvarend geworden, maar heeft zijn oud uitzicht en zijn oude gewoonten gelukkig bewaard.

Schrijvers over Oostrum en kapel: a. Welters Mir. beeld enz.; b. van Hegelsom, O. Li. Vr. van Oostrum; c. Neerl. Cath., blz. 461; d. A. B. en L. O. Meimaand der Genadeoorden; e. Dr.X.Smits,Beeldenleer; f. Pr.Kronenburg, Maria's Heerlijkheid; g. M. J. Janssen, Oostrum; h. A. F. van Beurden, couranten art. enz.

GERECHT, SPRALANT, VELTUM.

Oostrum is van oude tijden beschreven als ééne heerlijkheid met Spralant en toebehooren. Zelfs wordt ze reeds in 1257 vermeld :

„Gerrit van Oyen (bij Broekhuysen) maakt te leen het dorp Oosterham ende die borch Spralant met heur toebehoor, met water, weijde, visscherie, bosch en Acker Ao 1257".

Ze bleef eerst in het bezit der van Broeckhuyzen, tot Geysteren gedeeld werd in twee parten en ook de bijbehoorende heerlijkheden omstreeks het jaar 1500.