is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 31, 1925, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

bijeen. De bevolking woont echter voor het grootste deel verspreid in alleen liggende, groote hoeven of in afzonderlijke gehuchten uit drie of meer huizen bestaande.

In de kerk te Oirlo leest men het volgende grafschrift op een steen vóór het altaar:

Ao. 1720 — 17 Sept. obyt

Adm. R. D. Joes Rijckens

huius ecclesiae "Vicarius

Aetat. 84, presb. 56

Requiescat in pace Amen.

Het schilderwerk in het plafond der kerk is oud en gerestaureerd omstreeks 1880 door wijlen Custers, die daarbij van de stelling viel en stierf.

Op een banier in het priesterkoor leest men : Regina Coeli laetare Alma Redemptoris mater.

Op een andere, rechts, staat:

Ave Regina Coelorum Salve mater misericordiae, en verder: S. Marce o.p.n. S. Luca o.p.n. Mattheus o.p.n. S. Joannes o.p.n.

Jaarlijks trekt er eene processie van Oirlo naar Oostrum op het feest van O. L. V. Hemelvaart, 15 Augustus. Dit geschiedt sinds 1808, dus al over de honderd jaren.

In „de Maasgouw" schrijft pastoor M. J. Janssen nog het volgende ten opzichte van het bestuur van het dorp in den Franschen tijd :

Door het Fransche bestuur werden te Oirlo aangesteld tot municipaal agent Peter Philipsen, genaamd Koenenboer. Deze was 27 April 1796 gehuwd met Barbara Peeters.

Verder tot zijn adjoint Jan Kellenaars van de hoeve het Weerdjen, hij was in 1790 gehuwd met Joanna Hermkens.

15 October 1811 werd hij eerste adjoint te Venray, ook voor den burgerlijken stand.

Bij de wet van 28 Pluviose an 8 (17 Febr. 1800) afgekondigd 14 Mei, werden nieuwe verordeningen vastgesteld. De Franschen wierpen alles omver.

Iedere gemeente kreeg een Maire, adjuncten en een