is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 31, 1925, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 118 —

wijken, stond het huis er kant en klaar. Hij had de werklui bij het richten der kap getracteerd, gezorgd dat er een gewijd palmpje op den schoorsteen stond, en er een plavuizen vloer in laten leggen, als in de burgerhuizen.

Het huis lag aan de Vennen, die met riet begroeid waren en waarin hij vroeger veel "gevischt had. Met zijn „schuutebak" zette hij zijn zelfgebreide fuiken en wierp er de aalskorven in, zoodat hij voor de vastendagen altijd visch had. En de hazen ving hij in de val en strop, de jonge eenden met zijn hond.

Hij was nu de verstwonende van af de Rooische kerk en de Merselsche kapel de Peel in. Marie was tevreden. Zij zou komen. Eindelijk kwam de lang verbeide dag, zonnig en helder. De mooie, groote kar van den baas werd met een groote, sneeuwwitte huif overtogen, waarop strikken van gekleurd papier gehecht waren. Op de kar ging Hannes zitten, en een nieuw pak en kuitkousen aan, en een „drietump'' op, als ware hij de schepen van Merselo zelf. De jongens van den baas gingen mede. De bruid werd in Oostrum afgehaald en de getuigen, de bruidsjonkers en de bruidsmeisjes, alle verwanten van Hannes en Marie, waren in de Zwaan te Rooij samen. Men trouwde in de hooge statige kerk. Toen men er na de plechtigheid uit ging, stond de speelman met de vedel al te wachten aan de deur, om het paar en de gasten naar de herberg en naar huis voor te gaan. Zoo wilde het gebruik. Dien dag werd feest gevierd in Merselo. Hannes had nu zijn levensdoel bereikt, betrok met Marie de verre woon. Hij hoedde in 't vervolg zijn troep schapen van dertig stuks, die van zelf onder zijne zorgen groeien en toenemen zou.

Turk, dien hij van den boer overgenomen had, danste van plezier de Peel in, nadat hij zoo lang van zijn baas gescheiden was geweest. Hannes was voor goed peelboer geworden, was eigen schaapsboer, gevoelde zich zelf meester, al was het dan ook over geen groote hoeve ; hij hing van niemand meer af.

* * *