Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a

de gelijkenis van het

Vs. 4. Bevestigt terftond de waarheid van ons gezegde, dat jezus, in zijne gelijkenisfen zeer veel menfchenkennis ten toon fpreidde. Dit vers is geheel menschkundig; want al wie belang (lelt in zijne bezittingen, zij mogen dan veel of weinig zijn, die zoekt, als hij iets heeft verloren, alles naauwkeurig door, tot dat hij het verlorene wedervindt. Hij bekommert zich veel meer om het verlorene, dan over al zijne andere bezittingen, want deze zijn in veiligheid- Van onverfchilligen omtrent hunne bezittingen wordt hier niet gefproken. a=» Woestijn beteckent hier geene wildernis, maar eene plaats tot weide voor het vee gefchikr; eene algemeene weide.

Vs. 5. Hij, die zijn fchaap had verloren, draagt hetzelve, nadat hij het weder had gevonden, opdat hij het niet weder verlieze, of opdat het niet weder verdwale, en ook om het fpoediger bij de overige te brengen. De vreugde der wedervinding geeft hem krachten, en zet aan zijne treden vleugelen bij.

Vs. 6. Hij roept zijne vrienden. Ook deze trek is menschkundige waarheid. Als een geleden verlies, waarin wij belang ftellen, het zij dan groot of gering, weder wordt herfteld of vergoed, dan zijn wij terftond gereed, om aan anderen, vooral aan onze vrienden, ons geluk te verhalen. Vreugde, zuivere blijdfehap laat zich niet in het hart beflmtcn; wij moeten dezelve aan anderen mededeelen. Onze blijdfehap bereikt nimmer den hoogften trap, als wij dezelve alleen voor ons zeiven houden, en dezelve ililzwijgend in onzen boezem begraven.

Vs. 7. In den hemel beteekent hier niet, gelijk eenigen willen: god, maar Engelen. Deze immers verblijden zich (vergel. vs. 10.) over de bekeering van den zondaar, die zich verbetert. Zondaars zijn hier, onzes bedunkens de Tollenaars; en regtvaardigen, bij tegenftelling , de Farizeërs. Wij behoeven ook met schleusner (in Lexico voce ^jca/os-.), de woorden: regtvaardigen, die de bekeering niet van noode hebben, niet te vertalen door, die meenen, dat zij zich niet hebben te bekeèren, noch ook naar eene andere vertaling om te zien. Wij kunnen ons aan onze gewone overzetting gemakkelijk houden.

Wij kunnen, na dit vooraf aangemerkt te hebben, tot de gelijkenis zelve overgaan, en denken, dat dezelve hierop nederkomt. „

De

Sluiten