Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142 VAARWEL !

Dat huis vol woningen, op liefde,

Op eeuw'ge liefde alleen gegrond, Omvat al 't kroost; de trouw eens vaders

Oinfchaduwt heef dit went'lend rond. De zon, die 't eerst uw wiegje omftraalde,

Gloort ginds voor u aan d'oostertrans; De maan , die fchaduwbeelden maalde , Hier, waar ge in Hollands beemden dwaalde,

Spreidt om uw' fponde ook daar haar' glans.

Dezelfde blik uws Eeuw'gen Vaders,

Die hier zich op een Dierb'ren vest, Bewaakt met de eigen zorg uw treden,

Mijn jonge Vriend! in 't vreemd gewest. Welaan dan, troostvol wordt u 't fcheiden;

Waar tijd en ruimte 't oog ontvliên, Waar donk're beelden fchaduw fpreiden, Daar fchittert feestglans tusfchen beiden,

En, god! die glans is 't wederzien.

Gekroond met 's levens blijde jonkheid,

Ontfpringt voor u ginds 't rijkst genot, En 't rozenwaas der kalme grijsheid

Omvloeit uws ouders wisf'Iend lot. Uw' keus, mijn Vriend! zoo welberaden,

Schept banden der natuur — vol vreugd —« Tot fchoone, nooit verbreekb're draden, Die — waar gij dwaalt op 's levenspaden —

U voeren naar 't geluk der deugd.

Wel-

Sluiten