Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de harp»

179

Oskar was terftond bereidvaardig, om den roerenden vvensch van eene ftervende te bevredigen. Hij begaf zich derhalve met colma ijlings op weg.

Het was ver in den winter. Er Itormde eene koude, fnijdende noordewmd.

Door vermoeidheid uitgeput en verftramd van koude, bereikte eindelijk het wandelende paar den top van eenen hoogen berg, over welken zij volftrekt gaan moesten.

Hier bezweek de jonge zwakke vrouw voor de geweldige infpanning. Onmagtig zeeg colma op den grond neder.

Met de zorgvuldigfte teederheid poogde oskar haar in het leven terug fe roepen, en toen zij, afgemat, ,de oogen weder opfloeg, beproefde hij het, een vuur 'aan te fteken, ten einde haar door den verkwikkenden gloed te verwarmen.

Met moeite kon hij flechts weinig dor heidegewas opfporen; want ook deze eenige plant des onvruchtbaren gronds is op deze hooge en ruwe bergen flechts fchaars aan te treffen.

De edele gade bedacht zich niet lang; hij bragt der liefde het fchoonfte offer. Hij floeg zijne geliefde Harp aan ftukken, en het vuur wapperde in heldere vlammen op.

Door den opftijgenden rook werd een jager derwaarts gelokt, die, in de nabijheid, bet wild vervolgde. Hij naderde het vuur, en als een blikfemflraal fcheen het hem te treffen, toen hij de jonge lijdende colma gewaar werd; ook zij verzonk in, eene tweede onmagt, toen zij hare oogen op den vreemdeling vestigde,

De jager betoonde zich ten uiterfte deelnemend en bezorgd. Hij bood den reizigers uit zijne jagttasch mond-; behoeften en wijn aan; beide was hun ten uiterfte welkom en verkwikkend; want zonder deze hulp zou colma bezwaarlijk de ondernomene reis hebben i kunnen voortzetten.

Zij begon fpoedig weder tot zich zelve te komen 9 en, na verloop van eenigen tijd, was zij volkomen herfteld. Oskars vreugde 'kende geene palen, en hij vergat geheel en al het verlies van het hem zoo dierbaar Snarenfpeeltuig. Met innig vermaak zag hij, hoe zich zijne gade met den jongen 'jager onderhield, en gelukkig, gelijk hij was, ontwaakte ook niet de minfte verdenking in zijne argwaanlooze ziel, dat colma en de fchooMa ne

Sluiten