is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xS4 de rust des goddeloozen.

de rust des goddeeoozen.

Op eenen zoelen dag wandelde de wijze ben-asus met eenen vriend onder eenen bedekten gang van abornboomen, wier digt gebladerde takken het doordringen der zonneflralen beletteden. Eene beek, die rondom dezen boomgaard heenflingerde, verbreidde eene liefelijke koelte en fcheen iedereen tot eenen zachten verkwikkenden flaap uit te noodigen. De vreesfelijke Vezier karun, een woest en wreed tiran, had zich insgelijks onder dit groene gewelf begeven. Hij rustte in het gras en genoot eenen verkwikkenden flaap. Dit onverwachte gezigt en de rust van den Vezier vervulde den begeleider van den wijzen ben-asub met verbazing.

„ Regtvaardig god!" riep hij uit: „hoe is het „ mogelijk, dat een booswicht gerust kan flapen, daar v hij zoo vele onfchuldigen in het verderf geftort heeft."

„ Vriend! " viel hem de wijze in de rede: „ weet „ gij niet, dat de goedertierene god den booswichten „ enkel daarom flaap en rust fchenkt, opdat de braven „ en eerlijke lieden tijd zouden winnen, om van hunne ï} onderdrukkingen eenige verademing te genieten f"

anerdoten van keizer jozef II.

Op zekeren tijd ontmoette de Keizer eenen ouden foldaat, aan welken hij vroeg, waar heen hij ging. De foldaat antwoordde, dat hij voor pleifler eens ging wandelen, De Monarch vervolgde het gefprek; „ is iet-waar, vriend," zeide hij, ,, dat de foldaten niet wel behandeld worden , en dat men hun, ondanks het bevel van zijne Majefteit, niet genoeg levensmiddelen uitreikt ? " De foldaat antwoordde, dat, voor zoo ver-