is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 5

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao4

mijne levensschets.

de fombere verblijfplaatfen van den, op alle rnenfchen, wachtenden dood. Ik zal fpoedig in de groeve der vertering nederzinken en niet meer zijn, en men zal mij fpoedig vergeten, even alsof ik nooit op aarde had geleefd, want pope fpreekt waarheid', als hij zegt: „Bij „ den dood eens rnenfchen begraaft men zijn ligchaam; „ bij het einde van den rouw, dien men over hem be„ drijft, begraaft men zijne gedachtenis. Het'is de al„ gemeene wet, dat niet alleen de rnenfchen derven, „ maar ook dat zij vergeten worden."

'Dit is mijne levensfchcts, en ook de levensfchets van alle rnenfchen, van den Bedelaar af in zijne ellendige leemen ftuïp, tot den Koning op zijnen prachtigen troon, wanneer zij beiden ook den ouderdom bereiken,, en niet in jongere jaren door den dood worden weggenomen. Mijn leven was dus, hoeveel ik ook tot mijn geluk meende aangewend te hebben, onbeduidend voor anderen. — Hoe veie mijner natuurgenooten ftaan hierin weder met mij gelijk. Voor mij, als ik het aandachtig herdacht en er het gepaste gebruik van maakte,

kon het belangrijk worden, « Dit eene leerde ik uit

mijn leven, en ieder kan het uit zijn eigen leven leeren: ij delheid der ijdelheden ! alles is ijdelhcid! f

Mijn leven was toch, hoe gelijk hetzelve, zoo als ik het naar waarheid heb gefchetst, aan het leven van elken fterveling was, ook in vele opzigten van dat van anderen onderfcheiden. Ik bezat brave, deugdzame ouders, die mij, als kind, teeder beminden. Welk een geluk! en fchoon het.de pligt is van ouderen, om hun kroost teeder te beminnen , zoo wordt dezelve echter wel eens verzuimd. Ik genoot eene deugdzame en verHandige opvoeding, en ik bleef, door mijne ouders met overtuigende zachtheid en gepaste ftrengheid bedierd, beveiligd voor flechtigheden en de verleidingen der jeugd. O welk een zegen! Hoe zwaar zal uwe verantwoording zijn, ouderen! als gij zelve aanleiding gaaft aan uwe kinderen tot flechtigheden, en hen niet in tijds terug hieldt van den gapenden afgrond der ondeugd!! — Ik heb in ftilte goed zoeken te dichten, want dit was de les van mijne ouderen: „ Doe zoo veel goed als

gij kunt," zeiden zij altijd, ,, maar pronk er niet ,. mede." En ik ben niet altijd gelukkig, maar ook

niet altijd ongelukkig gedaagd. De Godsdienst,

dien men mij reeds vroeg van zijne beminnelijke zijde

deed'