Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fi°8 iéts over de vastë»

lederen dag. Sommigen beweerden , dat het gevogelte! met onder het verbodene vleesch moest gefield worden , dewijl in Genefis gezegd wordt, dat de vogelen uit water gefchapen zijn, evenzoo als de visfehen: dien ten gevolge onthielden zij zich niet Van het gevogelte, doch werden hierover zeer berispt. In de Öosterfche Kerk is de Vaste altijd zeer geftreng geweest; de meeste leden dier Kerk vergenoegden zich met water en groenten. Reeds vóór het jaar 800 was de Vaste, met betrekking tot het gebruik van wijn, eijeren en melk veel minder geftreng. Oudtijds hield men daags niet meer dan eenen maaltijd, tegen den avond , na de Vesper, of het avondgebed; dit gebruik bleef bij de Latijnfche Kérk tot op het jaar 1200 beftendig plaats grijpen. De leden det Griekfche Kerk hielden, reeds in de zesde eeuw, hün middagmaal ten twaalf ure, en gebruikten des avonds een weinig vruchten en groenten. De leden der Latijnfche Kerk begonnen in de dertiende eeuw eenige konfei'ven te gebruiken en gebruikten naderhand tegen den avond eenige verfrisfehing, welke collatio, (vanwaar collatioti) genoemd werd, wijl de Geestelijken gewoon waren na den maaltijd de collationes der Kerkvaderen te lezen, en vervolgens op de vastendagen een weinig wijn en water gebruikten. De gewoonte, om gedurende de Vaste ten twaalf ure te eten, ontftond echter niet eensklaps; de eerfte verandering daaromtrent beftond in het avondeten tot aan de none, dat is tot drie ure des nadenmiddags, te verfchuiven; dan zeide men None en vervolgens werd er Mis gedaan, waarop de Vesper volgde; daarna ging men eten.

Tegen het jaar 1500 werd de Vesper ten twaalf ure gezongen en men meende de voorfchrevene onthouding genoegzaam in acht genomen te hebben, wanneer meii zich gedurende de veertig dagen van vleesch onthield en niet meer dan twee maaltijden deed, waarvan de eene in eene ververfching beftond. Men onthield zich, gedurende de Vaste, van alle gemcenfehap met vrouwen, van alle fpelen en vermaken en het voeren van regtsgedingen. Men vermogt gedurende dat tijdvak niet te trouwen, zonder daartoe een ontflag bekomen te hebben. (Thomassin , Traité historique et dogmatique des Jetines.)

HIS-

Sluiten