is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 5

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

&2.Z besch. v. d. groot. letterk.. tib, hemsterhuis»

„ nen. Dit gaf_ mij oogenbBkkelijk meerdere tcvreden■ «, heid, dan mijn driejarig verblijf te Göttingen mij „ ooit yerfbffaft had, [Dit waardere ik thans , boven mijn geheel _ driejarig verblijf te G.]; en ik beklaag

mij, dat ik niet ten minfte de helft van al dien tijd

aan Leyden heb kunnen fchenken. Het exemplar'ia „ Graca nocturna verfate manu, verfate diurna (het „ doorbladeren der Griekfche gefchriften bij dagen en „ bij nachten) is fteeds het grondfteunfel van echte ge-

leerdheid, en ik verbeelde mij, het in eenen Schrij„ ver, ja zelfs in eenen liefhebber, terftond te kunnen

befpeuren, of hij ook eenigermate hierin bedreven 3, zij. Het voorkomen van hemsterhuis is wel heris„ fé du Grec; maar zijn vernuft, zijn fmaak, zijn om„ gang en zijne manieren hebben niets van het fchool„ fche en kenmerken ware befchaafdheid- Ik heb „ eens, acht dagen lang, met hem een fcheepstogtje

gedaan naar verfchillende Hollandlcbe fteden; ik kan

„ u niet zeggen, hoezeer hij mij den tijd gekort heeft, „ Zijne belezenheid ging tot verbazens. Ik herinner „ mij, dat, toen wij van de Chemie en Alchemie fpra„ ken, hij mij zeide, bijna alles , eenige honderd boe» ken, alleen uit nieuwsgierigheid, daarover gelezen te hebben. Gedurende meer dan twintig jaren, had hij iedere week, bijna twee geheele nachten aan zijne ge„ wone rust onttrokken. Hij rekende met vreugde uit, „ hoe vele uren hij hierdoor gewonnen had; hij betreurde [beklaagde zich] echter te gelijker tijd, dat „ hij ze niet alle aan de Gefchiedenis had toegewijd; „ waarvan hij in de < laatftc tijden een zoo warm beoefc „ naar was. Ik .wilde hem tot eene nieuwe uitgave „ van herodotus bewegen; doch bij was te befchei„ den, en wist, dat wesseling hiermede reeds be„ zig was.""

verdediging der mollen, benevens een middel , om dezelve te verdelgen.

De Mollen, welke zoo vele vervolgers in de wereld hebben, vinden ook fomwijlen hunne pleitbezorgers,