Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23° DE VOGELS VAN HET GEBERGTE KAF.

ger hoe meer, en was nog flechts twee kleine dagreizen van dezelve verwijderd, toen hij alles op het lang gewenschte punt der ontevredenheid zag; nu leide hij het masker geheel af, en '(lelde zich aan het hoofd der oproerige armee. Het heerleger riep hem tot Sultan van pamaskus uit. Vergeefs had morad beproefd, zich tegen dezen opftand te verzetten, Eenige brave lieden , die zich bij hem vervoegd hadden, waren voor zijne oogen in (tukken gehouwen, en hij, die evenwel liever zijnen heer redden, dan zich, gelijk deze, zonder nut opofferen wilde, had er zich met de fabel in de vuist doorgefiagen, en fpoedde zich, om den Sultan het gevaar aan te kondigen, hetwelk zijnen troon en zijn leven bedreigde.

„ Ach Heer!" zeide hij, „ het gevaar is dringen„ der dan gij denkt. Thogrul, schabours zoon, gansch en al zijnen trouweloozen vader waardig, heeft de inwoners uwer hoofdftad opgezet, zelfs uwe

5, lijfwacht omgekocht, en hij wacht nu nog maar op „ eenen postbode van zijnen vader, om zich ftraf9, waardig tegen u te vergrijpen. Deze bode is welligt

reeds aan eene oer poorten van Damaskus, en, ter „ redding van uw geheiligd hoofd, hebt gij flechts nog 9, dit oogenblik, op hetwelk ik met u fpreek. O mijn

dierbaarfte gebieder! veroorloof mij, dat ik u naar de „ vesting Mervat breng, alwaar de brave selim in „ uwen naam het bevel voert, en waarvan ik Gouver-

neur ben. Aldaar kunt gij in veiligheid den uitflag „ van dezen ophand afwachten, tot dat de hemel het

hart der oproermakers tot onderwerping neigt, of a, hunne vermetelheid tot fchande maakt. Aldaar vindt „ gij ten minde geenen krijgsheld, die u niet gewillig

verdedigen en zijn leven voor u opofferen zou!"

In de grootde bekommering over dit verfchrikkelijk ongeluk, antwoordde sapheddin den trouwen morad flechts met eenen blik, die zijne dankbaarheid en fmart uitdrukte, en zuchtende wendde hij zich tot scheik, als wilde hij in eenen zoo gevaarlijken toedand zijnen raad hoaren.

,, Laat ons vertrekken, Heer!" antwoordde de heilige man; „ en dat zonder verwijl. Verdraag dit ongehik, hetwelk u allah heeft aangebragt, met getateiibeid, en hoop op het goede, dat hij u nog fchen» n ken kan," ' , ' t

De

Sluiten