Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEN GELS TUKKEN.

aan den heer R. over marcus XI: 13b. wijnheer !

Ik heb met genoegen, in NQ. II, Bladz. 40, van dit geachte Magazijn voor 1817, uwe aanmerking omtrent mijne verklaring over de bovenftaande Bijbelplaats gelezen, omdat ik er uit zie, dat uw oogmerk, zoowel als het mijne is, om ware Bijbelkennis te verfpreiden. Het zij mij vergan/i, om met dezelfde bescheidenheid, waarmede gij uwe, van mij verfchillende, gedachten opgeeft, ook openlijk te mogen zeggen, dat ik, voor als nog, niet met u inllein.

Miin hoofdoogmerk was vooral, om te toonen, dat men de woorden: want het was de tijd der vijgen niet, zeer wel kan verklaren en behouden, zonder er eenige verandering in te maken , of zonder dat er zwarigheden tegen jezus uit behoeven voort te vloeijeri.

"Gü fchrijft, het niet goed te keuren, dat jezus dien onvruchtbaren en, te dezen opzigte, nutteloozen boom. met regt vervloekte, dewijl dit raejt de liooge waardigheid van jezus minder overeenkom (tig Tcbijnt te zijn; doch dit zie ik nog niet. Er ligt niets in ter benadeeling van jezus karakter. Die boom was onvruchtbaar, jezus was er (laat mij dit zoo eens uitdrukken) door misleid, dit konden andere voorbijgangers ook worden» en dit wilde jezus niet, hij deed den boom verdorren. Die boom was onvruchtbaar, befloeg onnut zijne plaats; verdorde hij nu, dan zou men denzelven uitroeijen, en eenen anderen1 planten; dan kon er niemand meer door worden misleid, maar men zou er in het vervolg eenen anderen vruchtdragenden boom vinden. Een dorren boom zal men toch wel niet laten liaan. Zoo wij dit gevoelen mogen aannemen, dan wint zelfs het karakter van jezus veel , dan was zijn wonderwerk eene goede nuttige daad.

HENG. 1817. NO. 6. Q Wij

Sluiten