Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S66

HISTORISCHE BERIGTEN, ENZ. ,

huis met eenige ergerlijke onwelvoeglijkheden; ia.) het Tolhuis.

Deze en andere gebouwen en voorwerpen, en vooral ook den Schouwburg, met deszelfs heerlijke Tooneelverlierfelen, heb ik, van wege derzelver grootte en goeden aanleg, bij herhaling met verbazing befchouwd; maar niets heeft mijne opmerkzaamheid ilerker aangetrokken, dan het Oude Mannenhuis; een vorftelijk gebouw, voor oude afgeleefde grijsaards, welke er in den tuin, als in zeker flag van Elyfefche velden, rondwandelen. Of de aanleg van tot verkwisting prikkelende galanterijkramen, in eenen gang juist tegenover dit Armenhuis , haren oorfprong uit opzettelijk overleg van het Hollandfche vernuft tot waarfchuwing van de jeugd genomen hebbe, dit laat ik in het midden.' Het is in allen gevalle kluchtig, dat men midden onder arme oude mannen galanterijen voor jonge lieden aantreft.

Ik heb eenige Qostiridifche- en Oorlogs-fchepen gezien , als ook de Haringpakkerij, de Akademie voor de Beeldhouwkunde, en nog meer andere dingen hier en daar; waaronder ik inzonderheid de vreemde dieren in Blaam/-Jan, de Naturalia, Infekten en vreemde Planten in den Hortus Medicus, digt bij de Plant aadje, en niet minder de aangename aan weerskanten met kostelijke tuinen bezette Maliebaan, rekene. : De hoogstaangename Plantaadje van Amflerdam heeft het hare bijgedragen, om mij mijn verblijf alhier te doen verlengen. Ook heb ik een ridje door het Diemermeer en de Tuinen gedaan. De Zeedijk, hieromftreeks is de plaats, waar men ontwaart, hoe het land door dijken tegen de woede van golven en vloeden beveiligd wordt.

Na nu, mijns erachtens, te Amflerdam het merkwaardigfle gezien, en mij, door een onvermoeid navorfchen , met de inrigtingen der groote Handelmaatschappijen op Oost- en West-Indië, Per zie' en Groenland, en die der Armenhuizen, Werkhuizen, en andere publieke geftichten, bekend gemaakt te hebben, (te welken einde ik menig uur in de Nieuwe ftads herberg, aan de Haven en op de Beurs, doorgebragt heb) begaf ik mij naar Haarlem.

Hier vond ik de vermaarde St. ■Bavó's Kerk, het Stadhouders Paleis [Prinfenhof] , en het Stadhuis, ert aldaar een merkwaardig boek, dat door koster gedrukt

is.

Sluiten