is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 8

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT GAAT ER IN ONS ÖM? 345

vïrSen groo^ affland van de zon, met alleen.«n voor zijnen f bovendien in plaats

verlichten ring om ziel, lieert, m ; van tfne zeven manen om zich telt. — en noe ucm S lo pbaan onzer aarde, dien zij om de ™n f^ J8 wU op den loopkring van Uranus zien, Wienszon ïweg, naar onze maatltaf van den tijd berc^nd, 3. iarenVaa dagen bedraagt; zoodat er lm op aarde meet ffé ! sS fterft, eer daar een enkel jaar om is.-jcian em öcudcut , nffhnd der zon van dit

iioe verbazend groot moet de atiuna UC1 , gefternte zijn, als wij nagaan, dat de verwijden^ dezer

aarde van de zon reeds ^^.^^ffSS bedraagt — Wat kan er in dit uitgeftrekte gebied van ot fzSeftelfeY alléén thans niet wel. omgaan en g at ook wezenlijk daarin om, waarvan wij, aan deze wereio gekluisterd, nog geen denkbeeld kunnen vormen.

Fn evenwel hier in ons zonneftelfel hebben wij no0 mSfSgï fcnreden in het f waarts gezet. - Negentien honderd vaste itei en, dus bijna twee duizend zulke zonnen, als de onze is,, wor den er met het bloote oog alleen aan den gftj^ £ mei geteld, die alle hunne verlchillende fteUels van pia netLSTebben, welke uit hoofde van h«zw£kk ere^cht, hetwelk zij terugkaatfen , in hunne ^f^^^ voor ons oog, offchoon gewapend, niet bereikbaar zijn. En dat wij'o'ns over deze onzigtbaarheid niet verwonderen, daar de afftand van den Smus, die de na re vaste fter buiten de zon voor onze aarde is, ectuet zoodot is, dat, evenwel, naar der Sttwgggen getuigenis, wanneer een kanonkogel, met dezelt Se fnelheid, waarmede hij het geichut verlaat,. naar dit gefternte voortfnelde, duizenden van jaren zouden moeten verloopen, eer hij hetzelve zoude kunnen be-

ï£1Zoo' i~hier reeds den adem van den Almagtigen. in uWe aderen voelt ruifchen, denkt dan, dat wij hier zen;, nog maar in het voorportaal van het heiligdom der tcnep-

^"Honderd duizenden en millioenen andere gefternten vlodjen, uit hoofde van eenen nog oneindig grootere i rf&d'in dat grenzenloos verfchiet ™f^™£*& «halen voor ons oog zoodanig zamen dat wij hen "iet meer onderfcheiden kunnen. Derzelver ineénfmeltemt Y 4