Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S52 OVERZlGT van EENIGE VOORNAME VERBETERINGEN

hetzelve, 157 jaren vóór de geboorte van christus4 het eerst te Rome: maar nu verfpreidde het zich ook weldra in de mindere Heden van den Romeinfchen Staat, en jui-ius c/esar vond het aireede in Brittanje* Men maakte er in het algemeen meer werk van dan van de Zonnewijzers, Athen^eus bragt een Uurwerk tot Hand, waarin het gefis van lucht, die de 'perfing van water door eene naauwe opening dreef, de uren bekend maakte. Het nut, dat men van openbare Zonnewijzers getrokken had, vermeerderde nu meer en meer door het bijvoegen Van openbare Waterloopers. Deze Uurwerken begon* nen zelfs een gcrijf in groote paleizen te worden. In Turkije wordt de kennis van den tijd bevorderd door bijzonder hiertoe aangefielde perfonen, welke het uur * dat de Wateruurwerken aanwijzen, van hooge torens uitroepen. In China heeft men denzelfden dienst van lieden, die, naar den Hand van het Uurwerk, meer of

minder flagen op eene groote klok moeten doen* Dit

klokflaan hoort men ook in Japan; doch hier gefchiedr de afmeting van den tijd naar het branden van lonten. — Het Sterrekundige gebruik, dat hipparchus en ptoleMjEus van Waterloopers maakten, droeg veel tot vol* making van deze Uurwerken bij. Ook hero verbeterde dezelve aanmerkelijk. Hierop bleven zij gedurende zeven eeuwen in denzelfden Haat. Beroemd zijn de Uurwerken van BoëTHios, en een der kunfiigfien werd door

harun al raschio aan karel den grooten gefchon-

ken. Hoewel de Waterloopers door het invoeren van Uurwerken met raderen ontbeerlijk werden, bleven dezelve echter nog lang daarna in gebruik, en eerst in 1660 vond. men, waarfchijnlijk in Italië, het Trom wateruurwerk uit, hetwelk men thans eigenlijk Wateruurwerk noemt. Dit was echter meer een Huk van vermaak, dan van nut. — Het opmerken van de uitdamping van het water kan de eerde aanleiding gegeven hebben om Zandloopers, Zanduurwerken in de plaats van Waterloopers te maken. Wanneer dit gedaan is, weet men niet, en het is louter gisfing, dat deze Uurwerken reeds bij Chaldeërs en Egyptenaren in gebruik zullen geweest zijn. Men vindt er in klooster-wetten van de achtfte eeuw gewag van; doch men heeft geene naauwkeurige, kunfiige en fraaije Zanduurwerken, gelijk men bij de lanis , schott en ozanam befchreven vindt, vóór in de laatfle eeuwen vervaardigd. Van deze,

en

Sluiten