is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 8

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S"* BIJ DE LAATSTE VERGADERING

BIJ DE LAATSTE VERGADERING DER CLASSIS VAN FRANEKER, DEN 25 MAART 1815.

V.

JLJer fmeedt gij klnist'ren, die de winden,

Aan band en breidel ongewoon, Als (laven voor uw voeten binden; Eer fchept gij tijgerkracht bij hinden, En doet den vorst des wonds door 't zachte lam venlinden, Dan dat ge in 't ondennaanfche-'licht Behendigheid een zetel ftieht.

Ga, raadpleeg wat in haar taf'reelen . Ge.fchiedkunst hoedt voor d'ondergang. Wat vindt ge, zestig eeuwen lang, Dan.ftage wisf'ling van tooneelen?

Ge ontdekt op 't digt befchreven blad, Dat niets in 'c flof een vaste Randplaats had.

En zouden wij hier over klagen? Neen, menschdom! juich om.de onbeftendigheid, Die u , van eeuw tot eeuw , met reuzenfchr.eden leidt, Opdat/voor u 't. volmaakte eens op zou dagen, Want ied!re wenteling op aard' Verllrekt ten zwang'rën fchoot, die verfchen zegen baart.

Stond alles-hier zoo hecht als Scylla's rotfen, Waar op men 't fchuimend golvenheer Mee rusteloos geweld ziet botfen;

Stormt, baren! brullende op die rotfen, Zij (laan zoo vast nog als weleer.

Dan,