is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 8

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de laatste vergadering , enz»

O, Priesters van de kruisaltaren! Wier hoofd de hoogde wijsheid kweekt, Wier mond de taal der Goden fpreekt,

Het hallel galme door uw fcharen, Uw ftand verbeidt het gunftigst lot, De Koning vreest, dient, god !

Want hebt gij het brood der tranen gegeten, Zoo lang de Godheid de ontzagbare keten Niet had om den hals des monfters geklemd, Tot niets dan bloed en verdelgen beftemd.

De nacht der vreeslijkfte onderdrukking

Verdween 't ghrfisrtjk. morgenlicht ,

Dac voor onze oogen, vol verrukking,

Den troon van Vader willem fticht. De diadeem, zijn kruin omgeven, Doet alles als de bloem herleven,

Door middagzonnegloed gefchroeid, Die 't hoofd , aemechtig neêrgebogen, Weer vrolijk opheft naar den hoogen,

Wen haar de zilv'ren dauw befproeit.

Te midden van de Staatsbezwaren,. Betreden wij met lust dan oiis gewigtig fpoor, Blijft 's Konings oog, vol zorg en goedheid, ftaren, Op Neêrlands achtbaar Priesterkoor.

G. OUTHUIJS,

Predikant te Minnertsga,