Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

418 DE KUNST OM KEUKENGE. OENTEN TE DROOGEN.

oven. Men plaatst dezelve wat vochtig, pakt ze in kardoezen, en droogt deze weder, enz. Voor het koken , om ze te eten, wordt dezelve niet heet water afgekookt, en deze blaauwe foep wordt bij de fpoehag gedaan. Men ziet met vermaak, hoe versch dezelve uit haren gepersten en droogen toeftand weder ten voorfchijn komt.

4. ) Rapen, pieterfeliewortclen, pinkjlernakels, fatkerwortels, enz. worden alle fterk afgekookt, deels in dobbeliTeenen, deels in fchijven gebieden, en 1'poedig op den heeten oven gelegd en gedroogd en vervolgens , zonder-er meer aan te doen, in kardoezen gepakt. Moeten zij gekookt worden, dan wascht men dezelve flechts met wann water, en zet ze vervolgens met heet water op het vuur.

5. ) Spinazie, fuikerij, andijvie, lepelblad, zuring en dergelijke vette kruiden fnijdt men aan (lukken (indien men dezelve niet met moeite, blad voor blad, naast elkander tot droogen wil uit elkander leggen) en legt dezelve op ramen in een heet vertrek, niet al te dik op elkander, of men fnijdt ze in Hukken en droogt ze op den oven, zonder dezelve vooraf af te koken. Zij zouden anders met klompen aan elkander kleven.

6. ) Magere kruiden, b. v. kervel, piet erf die, felder ij bladen, bijvoet, pimpernel, wijnruit, dille, jonge brandenetels, look, weegbladen, enz. kan men deels afgekookt en klein gehakt, deels raauw, heel of gefueden, de afgekookte fnel op den oven, maar de andere in de heete kamer op het raam leggen. Zij droogen ook genoeg, gelijk bekend is, in den heeten zonnefchijn. Men pakt elke foort van deze foepkruiden afzonderlijk in. Men kan echter ook die, welke tot eene groentefoep behooren, ónder elkander mengen en inpakken. Men gebruikt deze kruiden in eenen gedroogden Haat nu even zoo als men gewoon is , dezelve versch te gebruiken. Distelen fmaken als fpinazie, en weegbladen als koolplanten. Jonge brandenetels verdienen daarom gedroogd te worden, dewijl men ze naauwelüks 8 dagen lang "versch en zacht kan houden. Men wascht dezelve, kookt ze af, bakt dezelve wel kort en droogt ze fpoedig Alleenlijk willen zij wat langer koken, dan wanneer zij enkel gebieden en niet afgekookt gekookt Word n.

7-j Asperfic. Men neemt flechts de fpits van eenen

vin-

Sluiten