is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 32, 1926, no 2/3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

77

Ziet de Moeder, ziet den Zoon, Kust de windsels, kust de doecken Buight uw hoofden, buight uw kroon Zwijght, vernuftigen en kloecken Englen, daelt van 't Paradijs : Zingt den Hemel eer en prijs, En met vrê de harten kroont, Daer een goede wil in woont.

JOOST VAN DEN VONDEL.

BIJGELOOVIGHEDEN.

Hoezeer de Kerk altijd tegen de bijgeloovigheid gewaarschuwd heeft, bestaan er bij de eenvoudige dorpsbewoners hier en daar nog denkbeelden over de geheimzinnige kracht van woorden, gezangen, belezingen, voorvallen of toevalligheden, waarover we een en ander willen mededeelen.

Als een kind begraven wordt en het luiden met het slaan van de torenklok samenvalt, of de klokken een ongewoon helderen klank hebben, moet er spoedig iemand in het dorp sterven.

Ook wanneer de zagen in een timmermanswerkplaats tegen elkander slaan.

Als bij eene begrafenis de dragers op de baar gaan rusten voor 't een of ander huis, sterft in dat huis spoedig iemand.

Wanneer iemand in zijn huis over een onzichtbaar voorwerp struikelt, dan is dat een doodskist, en wordt hij ziek.

Een stroospier dwars over den staart van een kip heeft dezelfde beteekenis.

Wanneer in een huis, waarin iemand ziek is, de klok plotseling stil blijft staan, dan zal de zieke niet meer gezond worden.

Het getal dertien brengt ongeluk in een gezelschap. Degene, die tegenover den spiegel zit, is het eerst aan de beurt van sterven.

Een kind, dat blauw om den neus is, heet men veeg of ten doode opgeschreven.