is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 32, 1926, no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 170 —

Wijl Ophoven geen geschikte ligging voor een Cistercienserklooster bleek te zijn, zocht men in 1258 een meer afgelegen oord op en vond Daelheim, waar het klooster reeds een molen bij een stuk grond bezat. Hier werd de abdij gesticht voor adellijke nonnen. Deze leefden langen tijd in vrede. Evenals de meeste kloosters, die buiten lagen, had Daelheim in een verdedigbare stad, dus in Roermond, een vluchthuis, waarheen de bewoonsters zich konden terugtrekken, als vijanden of soldatenbenden haar bedreigden. Zoo bezat Daelheim een huis op de „leeger Heegstraten, recht over des Bisschops Hoff gelegen", dat zij in 1629 reeds vele jaren terug bezeten hadden, maar dat haar weinig nut afwierp. Wijl het klooster Dahlheim in 1625 door de Brandenburgsche troepen overvallen, uitgeplunderd en van geldmiddelen beroofd was, wilden ze het huis in de stad voor 420 gulden Brabantsch verkoopen aan Cornelis van den Kerckhove, Griffier van den souvereinen raad te Roermond, wat later geschiedde.

De rij abdissen, die met Alveradis in 1231 begon, toont, dat deze veelal uit de Limburgsche geslachten sproten, zooals de namen: Nieuenheim, van Baexem, van Hillen, van Binsfelt, van Bocholtz, van Eijnatten, van Oeijen aanwijzen. Zij werden door de nonnen bij vrije keuze gekozen.

In den muur van den Dahlheimer Mühle, die door het grensbeekje gedreven wordt, bevindt zich nog het in hardsteen uitgebeitelde wapen van de abdis Maria Anna van Oeijen, geboren Kaldekerken 2 Sept. 1737, dochter van Nicolaas Ernst v. Oeijen en Elisabeth Beerens ; zij overleed in 1803. De molen werd onder haar bestuur nieuw opgetrokken. Het wapen is van goud met een roode lelie in het midden en vijf roode blokken en omheen en is bedekt door een kroon met een kromstaf.

Het klooster is verdwenen ; een pachthof is gebleven. De omgeving is stil geworden in vergetelheid. Het oude kruis in de Roermondsche kathedraal herinnert nog aan andere tijden en andere menschen, aan eeuwen van biddend overwegen.

A. F. van BEURDEN.