is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op den dank- en biddag, van l8 junij 1817. 441

genadig afgewend waren; nu onze vervallene zaken zich. zoo gunftig begonnen te heriïellen, nu de blijdfte hope ons in het vrolijke verfchiet toelachte en ons de vernieuwing der jaren van ouds beloofde, — xvas nu de toorn van god afgekeerd, of bleef dezelve, en bleef zijne hand uitgeftrekt? —

ACh! eene nieuwe en groote ramp trof nu de meeste volken van Europa, en dit nu van eenen kant en op eene wijze, dat de hand des Heeren daarin niet te miskennen viel; maar elk het zien moest, dat het god is, die de volkeren bezoekt. — Hij, van wiens vaderlijke hand, zoowel de onvruchtbare, als de vruchtbare, jaren ens toekomen, befchikte over de volken een jaar, zoo algemeen onvruchtbaar, als maar weinige welligt in eeuwen zich voordoen: — ook in ons Vaderland werd de blijde verwachting des landmans gedeeltelijk verijdeld, vruchtbare beemden door eenen aanhoudenden regen in moerasfen verkeerd, het vee, door gemis aan voedfel,' ontzenuwd, uit vele ftallen weggerukt — de prijs der onontbeerbaarfte levensbehoeften tot eene fchrikbarende hoogte gedreven, en armoede en gebrek, de onvermijdelijke gevolgen van zoo vele doorworftelde ongelukken, alom verbreid.

Vanwaar dit nieuwe en algemeene. onheil, hetwelk alle menfehen, zonder onderfchejd van rang of" (laat, doch de minvermogenden het meest treft; terwijl de vorige onheilen meer de gegoeden getroffen hadden ? — Is dit enkel een toevallig ongeluk of eene bloote zamenloop van noodlottige omftandigheden; of alleen het werk van booze menfehen, die argdistig, gelijk de kinderen der duisternis dat altijd zijn, en kwaadaardig, de iéhaarschte der levensmiddelen op allerlei wijze vergroot, en zelfs volflagen gebrek en hongersnood voor de volken hebben willen maken, met het ondeugende oogmerk, óm wederom de rust en den vrede der volkeren te verftoren, de orde en het regt in de maatfehappijen, en met een woord, alles ten onderfte boven te keeren; ten einde _door wanorde, verwarring, oproer en oorlog, zich op nieuw ten zetel der boosheid te verheffen, van

denwelken zij zijn nedergebonsd? Neen, M. T.!;

v/ij moeten hooger opzien! — het is mogelijk, dat de boosheid, die nooit fluimen:, wanneer.cr kwaad kan gedaan worden, van die fchaarschte gebruik gemaakt, en dezelve op alle mogelijke wijze, ter bereiking harer E P 5 1'poo-