is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van slangen, wormen, en ongedierte. 49t

maar cie toepasfing fchijnt den Uitleggeren niet gemeenzaam te zijn. Doch men vindt onder anderen bij jozef athias: wiomeming, dat is wemeling, gewemel; in den Statenbijbel: kruipende gedierte; en in de Engelfche overzetting: creeping tmng, Remes beteekent dus wel kruipende, maar (hetgeen wij nog nader zien zullen? nict wok/B, waarvoor het Hebreeuwsch andere woorden heeft (noi, J^m). In dit ons Hoofdltuk zelf wordt ramas, vs. 28 op het eind, van alle landdieren in het algemeen gezegd. Kapittel VII: 21, worden zelfs de Vogelen daarmede onder begrepen. Van beide kan men zich ook in de Hoog- en Ncderduitfche Bijbels overtuigen. Kap. IX: 3, zegt god tot noach: „ Alle remes dat er leeft zal u tot fpijze zijn." Luther heeft dit te regt vertaald: „Alles wat zich

roert en beweegt (was fich reget und lebef)" En de Hollandfche Bijbel heeft desgelijks: „ Al wat zich ,, roert, dat levendig is." Daar behooren derhalve ook runderen en mestvee onder: want de zin kan zeker niet zijn: „ Alle gewormte en ongedierte zal u tot fpijze „ zijn." In den -CiV Pfahn ftaat dit woord, vs 20, van wilde of wouddieren, en vs 25 van de zeedieren. Gelijk ook de Nederlandfche Vertalers, op de eerfte plaats ,,het gedierte des wouds" fchreven, op de laatfte „ het wriemelende gedierte." Welk woord van wriemelen niet meer op gewormte past dan op alles wat door elkander loopt of fpartelt.

Het nadere waarvan zoo even, is dit. Mozes verdeelt het dierenrijk in vijf hoofaklasfen. Twee maken de Scbepfels des vierden dags; die uit de HoofdlMFe van het Water, yisfeben en vogelen, gaan te zamen voor. Maar onder de Waterdieren wordt nog eens eene onderfcheiding gemaakt in vs 21, tusfehen Tanninim, dat is, groote Zeedieren (het woord beteekent anders ook Draken) en alle Remes - dieren des waters, dat is, kleinere waterdieren of visfehen. De Landdieren, uit de aarde ontfproten (vs 24) worden verdeeld in drie foorten. 1. Vee (Behcmoth) , dat is, groote dieren en nuttige huisdieren, als elefant, kemel, os, fchaap, enz.

2. Daar tegen over ftaan dieren der aarde, anders ook dieren des vclds genoemd, dat is, wat wij thans Wild of wilde beesten noemen: leeuwen, beeren, herten, enz.

3. Tusfehen die twee foorten in ftaat ons remes, dat is, alle kieine zoogdieren die laag ter been zijn, en fneller

of