is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54° zeldzame oorzaken van een schielijken en

Toen de Baron boêrhave zag naderen, deed hij eene poging om overeind te sgaan zitten, om hem de hand te_ geven. Doch bij de minfte beweging, of ook toen hij een woord wilde fpreken, ontbrak hem de adem, door de hevigheid van de pijn. Te vergeefs poogde hij den Geneesheer te zeggen, wat hem eigenlijk deerde, iedere reize belettede hem de finart te fpreken.

Een der aanwezigen, wien boerhave ondervroeg, verhaalde op deze wijze,' wat het vreesfelijke lijden van den Baron was voorafgegaan :

Drie dagen te voren, was hij bij een gastmaal geweest, en had hij bij die gelegenheid een weinig te veel gegeten. Den volgenden dag 'vastte hij, om de kwade gevolgen van zijne onmatigheid voor te komen, den derden dag at hij niet dan zeer luttel, fteeg hij te paard, om uit te rijden, en fcheen hij eene volmaakte gezondheid te genieten.

Toen hij te huis kwam, gebruikte hij niets: hij was nooit gewoon avondmaal te houden. Omftreeks half tien uren, nam hij drie kopjes van afgetrokkenen Carduus Eenedictus. Men vraagde hem naar de redenen: „ dit doe ik," zeide hij, ., omdat ik boven in den krop van de _ maag iets gevoel dat mij hindert, en dat ik verdrijven wil." Hij voegde daarbij, dat hij zoo iets meer had gevoeld en dat hem het braken altoos veel goed gedaan had. Eenige oogenblikken naderhand, geraakte hij aan het braken, doch niet dan moeijelijk, en in eene kleine hoeveelheid.

Terftond dronk hij van denzelfden drank vier theekoppen, doch daarop volgde geen braaklust. Befjoten hebbende, het mogte kosten wat het wilde, te braken, liet hij daarvan meer gereed maken. Terwijl hij gezeten .was, en hij pogingen aanwendde, om i'ets kwijt te worden, gaf htj een' luiden gil, die al de huisgenooten deed ontroeren, en naar hem toe loopen. Dadelijk zeide hij, dat er iets in zijn binnenfte gefcheurd, of gebroken was, bij of in den krop van de maag, en dat hij wel gevoelde, dat hij niet lang meer zoude leven.

Hij, beval zijne ziel aan god: het klamme zweet brak hem aan alle kanten uit, zijn gezigt en zijne handen Werden eensklaps bleek, en de pols fcheen op te houden. Hij beval, met eene Kervende item, dat men hem het hoofd en de borst zou dekken met een warmgemaakt laken, met eenïgen geestrijken drank bevochtigd.

Dit