is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOCRATISCHE GESPREEK EN.

555

ftond , welke belang in de vriendfchap (lelde, hoedanig zou hij het moeten aanleggen, om zich vrienden te verwerven ? , , ... ,.. ,

S. Dit is zeer moerjelyk, dewijl nij met een teeder punt zou moeten beginnen; h'u zou moeten beginnen met de hovaardij geheel ter zijde te ftellen. Hij zou moeten vergeten, dat hij Vorst was, dat echter zonder gevaar voor zijne waardigheid zou kunnen gefchieden, want indien de Vorften zulks vergeten , zullen de onderdanen het voorzeker niet doen. Maar het is noodig dat de openhartigheid, dat is eene wederzijdfche vrijheid van denken en fpreken, der vriendfchap ten grondflage diene; het is alleen tot dien prijs, dat de Vorften vrienden zullen hebben, anderzins zullen zij zich alleen met dienaren moeten vergenoegen.

E. Het fchijnt mij toe, dat het niet zoo moegelijk moet zijn de vrijheid en openhartigheid, waarvan gij fpreekt, ó&iv te (tellen. Het is veeleer den Vorften aangenaam, de rol, die zij als het ware bij zoo vele lastige plegtigheden moeten volhouden, vaarwel te zeggen, om tot de vrijheid van het gewone leven weder te keeren; een gemeenzaam onderhoud verftrekt tot uitfpanning en vermaak,

S. Ik beken het, en de Vorften zelve, die omtrent het hun verfchuldigde het naauwgezetfte zijn, gevoelen dit zeer we]: maar wat gebeurt er ? Zij gaan van het eene uiterfte tot het andere over, en zoeken verpoozing van het vervelende der plegtigheden bij hunne dienaren, bij tooneelfpelers en potfemakers, ten einde zich wegens de ingetogenheid, welke zij meenen, dat hun rang hun overal elders voorfchrijft, fchadeloos te ftellen (*). Dwazen zijn overal onmatig in; het is altijd van het eene uiterfte tot het. andere; zij kennen geen midden tusfchen de trotschheid en de gemeenzaamheid.

E. Welke is dus deze middelweg, dien gij raadzaam vindt?

S. Deze: dat een Vorst uit de lieden, welke aan gijn hof verkeeren, of die hem anderzins bekend zyn, de zoodanige uitkieze, welke door verdiende, deugd,

ver-

f*) Hier wordt van Franfche Vorften gefproken; bij andere natiën heeft men maar zeer zelden zulke ligtvaardige Vorften gevonden.