is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANEKDOTE, BETREFFENDE DEN HEER N. COMPIAN. 573

piaatfen zijn aan den dag gelegd, zorgvuldig aanteekenen, zal men de volgende in de gedenkboeken van Marfeille- opgeteekende gebeurtenis met genoegen lezen.

Op het einde der zeventiende eeuw, had de Heer nicolaas compjan , zich te Marfeille naar -Egypte fcheep begeven hebbende, het ongeluk van genomen en door een' zeeroover van Tripoli tot flaaf gemaakt te worden. In die ftad aangekomen zijnde, werd hij aan een' rijk' partikulier verkocht. Hoewel met zeer veel zachtheid behandeld wordende, was hij echter ten uiterfte neêrflagtig; hij treurde om Egypte, waar hij zijne fortuin had willen maken , en fchreide bitterlijk bij het aandenken aan zijn vaderland en zijne echtgenoote. Zijn meester, dikwerf te vergeefs gepoogd hebbende hem te troosten , zeide op zekeren dag tot hem : „geef mij uw woord van „ eer en beloof mij terug te komen; op.' die voorwaarde „ veroorloof ik u naar Marfeille te vertrekken, uwe „ medebroederen te bezoeken, en uwe huisfelijke zaken „ te verzorgen: god geleide u en brenge u in gezond„ heid terug!"

Compian maakte gebruik van dit verlof, vertrok en kwam als een andere regulus terug. Na eene maand in den fchoot zijns huisgezins te hebben doorgebragt, onttrok hij zich aan deszelfs liefkozingen, om zijne ketenen op nieuw te aanvaarden en zijne belofte te gaan vervullen.

Te Tripoli aangekomen zijnde, vond hij zijn' meester in de dieplte droefheid gedompeld, daar hij op het punt Hond, zijne vrouw, die gevaarlijk ziek lag, en door hem teederlijk bemind werd, te verliezen. „Christen!" zeide hij, hem ziende, „ gij komt juist van pas, om „ mij te helpen; gij gevoelt mijne droefheid: gij zijt „ van god gezonden. Bid uwen god voor mijne vrouw .„ en voor mij; want de gebeden van den braven man „ moeten hem treffen."

Op die woorden viel compian op zijne knieën neder, en, zich nevens den braven Turk ter aarde nedergebogen hebbende, bad hij, als een andere tobias , gedurende deszelfs bruiloftsnacht, aan de zijde zijner jonge vrouw. De verzuchtingen dezer Godvruchtige harten werden verhoord: de ziekte verminderde dagelijks en de vrouw werd tot volkomene gezondheid herlteld, en de blijdfchap Verfpreidde zich weldra door het, te voren in rouw gedompeld, huis. De dankbare meester, niet dan gelukken rondom zich willende zien, riep zijn' flaaf tot"zich,

en