Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

626

aan mijne landgenooten,

hoogmoed is door den gezuiverden Godsdienst ontwapend; nederigheid en liefde zijn bet kenmerk van het echte Christendom, zij zijn bet heilige erfgoed, dat de Goddelijke jezus aan zijne aardfche Broederen achterliet; nederigheid en liefde zijn de onderpanden van zijne eeuwig voortdurende trouw, zij zijn de geloofsbrieven des waren Christens, en deszelfs vrijgeleide naar het Koningrijk des vrccles en der eeuwige vreugd, dat vóór 's werelds grondlegging reeds bereid was, om door gods Kinneren, als een wettig erfrijk, te worden bezeten. Ja — hoogmoed ftrijdt met de Hervorming, gelijk de duisternis met het licht; gelijk de Satan, die de menfchelijkc onfchuld eeuwig haat en vloekt, met gods Engelen, die de deugd befchermen, en voor de erfgenamen der zabgheicl het eeuwig bloeijende Paradijs der onfchuld ontflnrten. Ja — ook onder de Christenen, die tot het Hervormde Kerkgenootschap niet zijn toegetreden, wordt toch de gezegende invloed der Hervorming door velen gevoeld en toegejuicht. Wie eerbiedigt niet hier eenen Pater villers, wiens keurig uitgewerkte Verhandeling over den Invloed der Hervorming op den geest der Volken , door het Letterkundige Inftituut te Parijs, zoo roemrijk bekroond is. Ja — juicht mijne Medechristenen ! wij vierden beden het feest der zedelijke vrijheid; de aanvang der Hervorming was de blijde dageraad der algemeene verlichting, het was de zegepraal van het gezond verftand op den verachtelijkften dwang, het was de zegepraal van het Godsdienltige gevoel,- op de hoogmoedige zucht, om het geweten te kluisreren, en de 'vrijheid van gods denkend kroost tot eene duldelooze flavertuj te doemen. Komt, werpen wij éenen vlugtigen blik terug op de donkere middeleeuwen, op de treurige tijden, vóór dat de moedige luther. , de heldhaftige zwinglius , de ijverige calvijn , en andere (toute Hervormers, te voorfchijn traden. Diep Vernederend was voorzeker de toeftand der volkeren, die zich - Christenen noemden, in den middernacht der onwetendheid. De fchoone — de hemelfche eenvoudigheid van het Christendom , gelijk dat door de Apostelen was gevestigd, verloor zich in de ondoordringbare nevelen der verbasterde wijsbegeerte , der valfchè redeneerkunde en der domfte dwalingen. En waarlijk — het menlcbelijk' verftand, over bet algemeen, zou eenen veel boogeren trap van volmaaktheid moeten

Sluiten