is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 15

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f588

socratische gesprekken*

S. Gij keurt dus dezen grondregel goed, dat men geen belang moet (lellen in den lof van hen, die zelve niet lofwaardig zijn.

E. Ik vind denzelven uitmuntend, en ik zie hieruit, dat de ware roem beftaat, in de achting van brave men» fchen te verdienen en te genieten.

S. Maar, behalve het innerlijke genoegen, hetwelk het gevoel van de achting van anderen in ons doet ontftaan; hoe vele vruchten plukt men er niet van, gedurende zijn' geheelen levensloop!

M. Welke zijn die vruchten , socrates ?

S. Gij zult dit zelf ontwaar worden. Is het den koopman niet voordeelig, het vertrouwen van anderen te bezitten?

M. O ja! het goede vertrouwen, hetwelk anderen in hem (tellen, maakt de helft van zijnen rijkdom uit. S. Zou hij hetzelve bezitten, bijaldien men hem van

Onkunde of kwade trouw verdacht hield ?

M. Neen, het in hem geftelde vertrouwen fpruit voort uit de voordeelige gedachte, welke' men, betreffende zijne voorzigtigheid en braafheid, heeft.

S. Dat vertrouwen , hetwelk men in hem (telt, beftaat dus in niets anders, dan in de achting, welke men voor hem voedt.

M. Dit is klaarblijkelijk.

S. Kan men tot ambten geraken, of -in de wereld voortkomen, zonder hulp van anderen?

M. Neenï fiifen hangt at van de voorfpraak van een' hoogbeambten, of van de gunst des volks.

S. Is het te dien einde onverschillig, eenen goeden of kwaden naam te hebben ?

M. Ik heb altijd hooreu zeggen, dat een goede naam den weg baant tot bevordering: men heeft echter menfchen gezien, welke zeer weinig geacht waren, en evenwel, door loosheid en doorflepene kunftenarijen, zeer goed in de wereld voortgekomen zijn; getuige alcibiades.

S. Alcibiades was een zamenftej van goede en kwade hoedanigheden Het gebeurt fomtijds , dat men door kwade wegen bevordering erlangt: maar vraagt gij mij, welke de regte, de zekerde weg is, om daartoe te geraken, dan is het voorzeker door verdienften en eenen goeden naam , dat men daartoe komt.

M. Ik gevoel, dat men zoodanige hulpmiddelen noodig heeft, om tot ambten^bevorderd te worden: maar dit is

juist