is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 15

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gpa, socratische gesprekken.

M. Hoe zoo, socrates? uw gezegde verwondert mijl

S. Gij zult hetzelve, door middel van een voorbeeld, bevatten. Welke is de fteen eens gewelfs, die de anderen het minst ontberen kan?

M. Het is de hoogfte, het is die, welke men den Slotdeen noemt; want zonder de anderen zou hij nederftorten, terwijl de lagere fteenen, die aan de aarde raken, zich zelve ophouden.

S. Maar zouden de anderen, zonder denzelven, een gewelf uitmaken?

M. Neen, hij is het, die allen verbindt. S. Welnu ! de Burgerlijke Maatfchappij is, als het ware, een kundig ingerigt gewelf, hetwelk door onderfcheidene huisgezinnen , als even zoo vele deenen, wordt zamengedeld, terwijl zij in dezelve een' meer of minderen arang bekleeden. De Koning is aan hun hoofd, om al de deelen te verbinden: hii zelf eenter wordt door zijn

volk gedragen en onderdeund; hij heeft, nevens de vereeniging van hunne geest-en ligchaams krachten, hunnen goeden wil noodig.

M. Ja, maar die geest- en ligchaams krachten zullen zich uit gehoorzaamheid onderling vereenigen: men gehoorzaamt den Vorften, omdat men hun gezag eerbiedigt.

S. Er bedaat een uitwendig gezag, hetwelk door de wetten wordt daargedeld; maar er bedaat nog een ander, hetwelk men daaraan moet verbinden, en zonder hetwelk het eerde geene vastheid of zekerheid heeft.

E. Welk is dat gezag?

S. Laat ons dit gezag het inwendige gezag noemen. Het beftaat in dien natuurlijken invloed, welke bekwaamheden en verdienden ons over anderen geven. iZeg mij, bid iku, waardoor was het, dat orpheus, zonder eenige magt te bekleeden, het vermogen gehad heeft Thracie te befchaven ? Het was ongetwijfeld daardoor, dat men hem voor den verlichtden der menfchen hield. Men was geneigd, zijnen raad als eene wet op te volgen, en zijn voorbeeld tot rigtfnoer zijner daden te nemen. Zie daarentegen eens de flechte vertooning, welke de weinig geachte Vorden maken.

E. Ik geloof dat de Gefchiedenis er vele voorbeelden genoeg van oplevert.

S. Helaas! op iedere bladzijde, en dit is de bron

van