is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 33, 1927, no 1/2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 31 —

vereerden elkander en spraken dit meermalen trouwhartig uit. De Stuers zeide van Cuypers : „Op godsdienstig gebied, godsdienstig en gemoedelijk christen, doch breed in zijn

opvattingen en verdraagzaam jegens andersdenkenden

Gedienstig en behulpzaam in hooge mate, niet alleen waar het geldt moreelen bijstand, maar ook waar hem materiëele,

finantiëele hulp gevraagd wordt Zelfs tegenover hen,

die hem op onwaardige wijze bestreden en bestookten, gevoelt deze beminnelijke man geen wrok. Vandaar dat zoovelen hem niet alleen eeren, maar ook liefhebben". (Dr. P. J. H. Cuypers, door Jhr. Victor de Stuers in Mannen en Vrouwen van beteekenis, bl. 40). Op zijn beurt schreef Cuypers over de Stuers: „Het beginsel der bouwkunst eenmaal aanvaard is hij getrouw gebleven. Hij heeft het verdedigd in woord en daad en geschrift, in een stijl tintelend van geest, met al de kracht zijner overtuiging, met taaie volharding strijdend, nooit met kleine middelen, doch met kracht van argumenten voor den triomf van wat hij als het eenig ware erkend had. Wat nochtans vooral niet mag verzwegen worden is zijn volmaakte onpartijdigheid jegens vriend en vijand, zijn boven alle verdenking verheven onbaatzuchtigheid, en niet minder zijn edelmoedigheid, die hem bereid maakte tot geldelijke en tot persoonlijke offers. De kunst, met name de architectuur in Nederland heeft aan de Stuers onnoemelijk veel te danken en Nederland mag zich gelukkig prijzen, op een zoo gewichtig keerpunt als de tweede helft der vorige eeuw dien man te hebben ontmoet {Levenswerk t. a. p.).

Deze twee geniale mannen verkeerden zeer veel met elkander en „schreven elkander, zooals Cuypers zeide, druk en geregeld, bijna dagelijks", ook over beider intieme familieaangelegenheden. Toch stonden zij zelfstandig naast elkander en waren het ook wel een enkele maal oneens over kunst en archeologie. Men denke aan de ronde of platte abside der kerk te Klimmen in Limburg (Het Centrum, 11 April 1916). Met hen was onafscheidelijk verbonden de groote Alberdingk Thijm. Dit drietal: Thijm (+ 1889), de Stuers