is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 33, 1927, no 3/4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 117 —

en Gelder omgeven van stukadoorwerk het jaartal „Anno 1624" en was dit kantoor met naastgelegen zoogenaamd duitenhuske en bovengelegen vertrekken en zolderingen waarschijnlijk het eenig overgebleven gedeelte van het oude stadhuis.

Bij den brand op 31 Mei 1665, waarbij de stad Roermond op Kermiszondag, H. Drievuldigheidsdag, op bijna honderd huizen na werd vernield, bleef het oude stadhuis gespaard. Het bevond zich toen echter in deerniswaardigen toestand en begon de sporen te dragen van den tand des tijds, die hieraan zoowel uit- als inwendig begon te knagen. Van toen af was de regeering dan ook bedacht op het opsporen van geldelijke middelen om het stadhuis te herstellen.

In de Donderdagsprotocollen vinden wij hiervan op verschillende plaatsen nauwkeurig melding gemaakt.

Zooiezen wij in deel IX bladz. 20, 16 Mei 1698: 't Magistraat ordonneert den accysmeester Berckelaer aenstonts te stellen in handen van Andries Jacqué de somme vanvyffen twintig pattacons om door denselven tot Luyck verhandtreyckt te worden aan Nicolaes Cramillon, steensnijder, op reeckennige van de balustres, peliers, balcons en de stèene deurgespan mitte trappen voor 't stadhuys, denselven authoriserende mit syn schip affte brengen alle die van deselve veerdigh syn.

Actum Ruremonde den 16 May 1698.

Ook werd omstreeks dezen tijd het verbod uitgevaardigd aan de winkeliers om niet meer gedurende de kermisdagen ten stadhuize te verkoopen.

Zoo lezen wij 3 Juni 1698:

Den E. Magistraat gehoort 't versoeck der semptelieke winckeliers in 't stadhuys staende om van nu aff noch tot Maendags naestcomende te moegen vercoopen, permitteert hun sulex voor dese reyse, mits daer voor ten dienste van 't simpel Anneken gevende twee Ryxd.

Actum den 3 Juni 1698.

(Deel IX blad. 23 V°.)

30 Juni 1698. Den E. Magistraet committeert de H.H.