is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 34, 1928, no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE I.

Ein Beyersgulde 15 st.

x) „ Gelresche Ryder 18 st.

„ Rynsche Gulden 20 st.

Item 1482 hebben dese stucken van Gulden munten alhier binnen Ruremunde gegolden, toeweten :

Ein Andreas gulde * 28 stuyver.

„ Utrechtgulde 25 st.

„ Krohn 33 st.

„ Leuw 42 st.

„ Coltsche Rynsche gulde * 27 st.

„ Wilhelmusschildt * 28 st.

„ Johannesschildt 28 st.

„ Postulaethgulde 21 st.

„ Lambertus postulaetzgulden 15 st.

„ Roeskensnobel 80 st.

„ Bourgondische Ryder * 34 st.

„ Ducaat 33 st.

„ Ungersche gulde * 34 st.

„ Enckele Rynsche gulde 27 st.

„ Gulick gulde 27 st.

„ Jouffrouwengulde van Gelre 25 st.

„ Rynssche gulde 20 st. Een schullinge gelts is in 't jaer 1436 te loesen geweest

mit 26 boddragers, daer men tot Ruremunde mede betaelen mach ende bier ende broet om gilt.

(boddrager ±t l1/2 stuiv.)*

Huisarrnen brieff.

Brief het Gasthuis toebehoorende. 2)

B. MATEN VAN DIEN TIJD. 1 Malder (ook moelter) en pint. Malder, graanmaat van 6 vat. 1 Vat - haveren. 1 Vat weegt bij koren en tarwe ongev. 20 kilogr.

1) Ao. 1576 = 24 stuivers. — Uit een Tielsche keur van 1463. — „Enen nyen (nieuwen) Gelreschen gulden van 17V2 stuver".

2) Origineel, ie bladzijde v/h. Overdrachtsprotocol. — Manuscript Rijksarch. Maastricht.

* Als men deze waardebepalingen eens vergelijkt met hetgeen IVijhott' aangeeft voor het jaar 1501, dan ziet men het groote verschil: blz. 197—200 t. a. p.