Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE II A.

A° 1719, 22 Aug. Rmd. Stadhuis Archief No. 229.

Wy Herman Jacob van den Bergh, beider rechten licentiaet, schoitis, Herman Vinckennis1) ende den advocaet Joseph Norbert Woestinck, Schepenen van de Erffvooghdye der Stadt Ruremonde, doen condt, tuygen en certificeeren mits desen, dat voir ons in eyghene persoonen gecompareert, en erscheenen syn Anthon Cornelissen, neffens Joês Francys en Beatrix Cornelissen, beyde naergelaetene kinderen, en Erffgenaemen van wylen Jan Cornelissen en Aldegonde Schoitis, Eheluyden, dewelcke hebben bekent, deughdelick opgenomen en ontfangen te hebben eene alinge somme van hondert vier en seventich pattacons en twelff stuivers, loopende Ruremonsse munte van den Eerw. Heere Lambertus Cornelissen, der Comparanten respective soon, en neeff, als tegenwoirdigen Rector van het beneficie van onse lieve Vrouwen altaer, gefundeertdoirdenSeerEerweerdighen Heere Deecken Petrus Pollius scilicet in de Cathedraele kercke alhier en sulcx met consent van t'seer Eerw. Capittel binnen dese Stadt, soo den voorschreven Heere Rector alhier mede-comparant declareerde met welcke Capitaele somme de eerst gemelte comparanten verclaerden, nyet alleen affgelegt te hebben, aen den kerckmeester Beltgens eine somme van twee en dertich pattacons, en twee schellingen maer oock aen Elisabeth Voss de somme van hondert sesthien pattacons neffens allen vercoop van dyen, wie aen ons is gebleecken soo by origineele quittantie van den selven kerckmeester Beltgens, als de gene door Elisabeth Voss gestelt was in dorso seeckeren gecancelleerden sentbrieff in dato den VIen Octob. 1685(6) mede voor schoitis en schepenen deser Erffvooghdye gepasseert van welcke capitaele somme van hondert vier en seventich pattacons en twelff stuivers loopend, de eerstgemelte comparanten aen en voor den Eerw. Heere Lambertus Cornelissen in qualiteyt van Rector vant geseyde Beneficie jaerlicx op den lesten Novembris beloeffden te betaelen een jaerrente van vier ten hondert; daervan de eerste rente in den toekommenden jaere 1770 sal verschynen, i) Habets. Gesch. Bisd, R. III, 75.

Sluiten