Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

V. E., MENIL,

"heeft. Doch behalve van wcgc zijne heldhaftigheid, is hij ook beroemd geweest door zijne milddadigheid, dichterlijken geest, en zijne liefde tot de overfchoone abla.Op welk eene wijze hij aan zijn levenseind gekomen is, of hij zij omgebragt, 'dan in hoogen ouderdom overleden , is onzeker.

In de tweede Paragraaf fpreekt menil over antara's Dichtftuk. Moallakah. Aan hetzelve heeft een verwijt van iemand, die hem voorwierp, dat hij hem overtrof in bekwaamheid van fpreken, in fchoonheid van gelaat, en in waardigheid van afkomst, den oorfprong gegeven. Want antara antwoordde hierop , vooralinet betrekking tot het eerfte: dat zullen wij zien! en terfïond reciteerde _ hij een of twee verzen 'toepasfelijk op den oorlog, die toen gevoerd werd; en deze verzen waren het begin van zijn, roet gulden letters gefchreven, Gedicht, langen tijd voor mahomed opgetód.

Wat dien oorlog betreft, die toen gevoerd werd, en wrelken antara in zijne aldus gereciteerde verzen, en in geheel zijn bekroond Dichtftuk verhief, die is dezelfde, welke ook zoheir in zijn Moallakah bezongen heeft. Ten einde dus beider Dichteren opftcl des te gemakkelijker te doen begrijpen, vlecht menil hier zeer gepast en duidelijk de gefchiedenis van dien krijg in deze Paragr. tusfchen beide in Veertig jaren werd dezelve gevoerd tusichen de twee ftammen der Abfiden en Dhobjanen, en een loophrijd tusfchen het paard van keis ibnzoheir , een Dhobjaniter, en tusfchen de merrie van iiamal ibn-bedr, een Abfiter. gaf daartoe aanleiding. Vanwaar die krijg ook naar den naam dier paarden Ddhcs

en Gobra (of Gabra) werd genoemd. * Voorts

wordt hier nog melding gemaakt van de orde, waarin de zeven Moallakdt van de zeven Dichters amsalkeis,

tharapha , labid , antara, zoheir, harith Cll

amrou, in onderfcheidene Codices worden geplaatst; van de foort des Gedichts en deszelfs voetmaat; daarna wordt de inhoud van het Dichtftuk opgegeven, en eindelijk deszelfs Stijl naar waarde geroemd.

In de derde Paragr., de laatfte der Voorrede, wordt gehandeld over de Codices, Uitleggers, en Uitgevers van antara. Na te hebben aangemerkt, dat antara's Gedicht fteeds in de Codices gevonden wordt, vergezeld, of van overige Moallakdt, of van andere oude Dichtftukken, en tevens van Uitleggers, (commen. -» ta-

Sluiten