is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ï3>» j. weppelman,

Gefchrift, hetwelk ten doel heeft, Proteftanten tot de aanneming van de Leer der R. K. over re halen.

Wij hebben dit Boekje, niet om deszelfs waarde; m.aar om deszelfs verband met andere Gefehriften, met aandacht gelezen; en kunnen niets anders er van zeggen , dan dar het niet, gelijk dat van ten er. nog eenige aandacht en wederlegging waardig; maar eer. verward en ellendig prulfchrift is, zoo als er reeds meer in het licht zijn gekomen; en dat het daarbij tevens listig en kundig is ingcrigt, om zwakhoofden "wijs te maken, dat zij, om zalig te worden, Roomsen moeten worden. —■

Om ons onguhftig oordeel te ftaven, hadden Wij niets meer te doen, dan hëtgene dat wij bij de herlezing aangeteekend hebben, mede te deelen; doch dan zou-ons verflag veel grooter moeten worden, dan weppelman en zijn armhartig gefebrijf ons waardig zijn.

Wij bepalen ons daarom flechts tot eenige bijzonderheden. —<

i°. De weinig beduidende joh. weppelman is in zijn eigen oog, en volgens zijn eigen Jchrijven, een man van het grootde belang.. Bladz. 14 zegt hij, dat het voor de zaak van ha ware Christendom noodig is, dat hij nimmer tot d, orde der Vrijmetfelaren behoorc. Bladz. 21 gezegd hebbende; want wie heeft meerder liefde, dan die zijn leven en genoegens opoffert voor het belang zfner broederen? voegt hij daarbij in eene aanteekening: dit deed ik reeds federt 20 jaren; en hij laat er in den tekst op volgen: en dit lot ftaat mij vroeg of Iaat te gebeuren: ik kan nu reeds 'dit oogeubtik met blijdfehcip te gemoete zien. Bladz. 23 zegt hij, dat wie zijnen raad Verwerpt, meer doet dan zijn individu te verwerpen, en zich mogelijk fpocdiger 'dan hij denkt, Zijne hardnekkigheid zou kunnen beklagen, terwijl welligt na hem (weppelman) aan denzelven niet weder zulk een trouwe raad gegeven zal worden, enz. —-

20. De Leer der Hervormden, is in haren eigen* (t:ard, èn zoo als dezelve wordt voortgeplant, gejehikt, om menfchen voor tijd en eeuwigheid ongelukkig te maken- (Bladz- 8/> Onder de Proteftanten vond hij weinig Of geene goede Christenen (Bladz. 13, 14). De minfte onder de Roomfchen is nog vromer dan de meeste onder de Proteftanten (Bladz. 16 en 17). De vroomften Pndér de Proteftanten hebben een geweten, dat hen bejfhuldigd van die werken en daden, die paulus zegt,

clat.