is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 5

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vruchteloosheid der aanvallen, enz. IG5

daan? Wanneer geen Paus of Kerkvergadering- en dus veel minder een gemeen Herder of Priester, onfeilbaar is, van wien moet men dan de leer der onfeilbare magthebbende Kerk ontvangen? — Moet dan de leek onderzoeken, welke ftukker) de leer en de zeden betreffen' de door de gezamenlijke Herders, die in vereeniging met het Hoofd der Kerk de kudde des Heèreh befturen, aangenomen en vastgefteld zijn? — Dit onderzoek is wat moeijelijk. Of moet Mi onderzoeken , welke Paufen al of niet wettige Kerknoofd.cn, en welke Concilies, wettige algemeene Concilies geweest zijn, en in welke takken de Paufen bet met clie Concilies eens zijn geweest? — Doch aan dit onderzoek is ook nog al wat vast! —• Of moet de leek maar als de leer der onfeilbare Kerk aannemen, wat in een' Katechismus, door den Bislchop goedgekeurd, voorkomt' of wat hem door zijnen Priester gezegd wordt? —- Maar Bisfchop en Priester zijn niet onlaalbaar. — Doch genoeg, om te doen zien, dat de zaak zoo mooi niet is, als ten broer den onnoozelen zoekt wijs te maken.

3°. Nog iets, hetgeen, wat het Concilie van Conjlans ia de 19 Zitting verklaarde, dat men den Ketteren geen geloof behoeft te houden, betreft dat niet ten minfte de zeden? — Nu zegt ons ten broek, Bladz. 10, martiNlJj de V keurde al de nitfpraken van het Concilie van Confans, in 1414 gehouden, goed, voor zoo verre

zij het Geloof en de Zeden betroffen. Hier dan

hebt gij eene leer of verklaring de Zeden betreffende van een Concilie, door eenen Paus goedgekeurd; en dus een onwankelbaar leertak der onfeilbare Kerk, dat men geenzn Ketter woord of geloof behoeft te houden. — Over dat Concilie van Confans cn over martin us V zouden wij ook nog al wat anders kunnen zeggen, dan ten broek gezegd heeft; doch wij moeten ons bekorten, om, eer wij van dit Hoofdtak aftrappen, nog een woord bijzonder over de pausen te zéggen.

Welke gedrogtelijke onfaalbaarkeid'der Paufen hebben toch de Proteftanten verdicht, die geene Paufen zich hebben aangematigd? Welk eene fabel hebben zij verzonnen? — Woorden doen niets af; maar het komt op daadzaken aan, en daadzaken zijn er bij menigte, om de Heeren ten broek cn crambr te ;logcnltraffen.

Men leze dan een welligtal te weinig bekend Boek Ge* N 2. tui/-