is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 8

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanmerkingen voor ongeleerd. over de psalmen. 34S

zaten hunnen mond tegen den hemel, en hun tong „ *ettcn nu™e" ki Dat is: zij fpreken als Goden, „ wande t op ]aster ^ aarde woedt,

" TÉ God noch menfchen ontzien. Liever echter „ en zrj {'laatfte gedeelte) vertalen: hun woord

„ zouden wu gUiaati , ö ; beyel

V £SJd ïun wï'door elk volbragt. Vergelijk " W xlf: ^ alwaar een (eene) foortgehjke zegswijze

" ïïn den Allerhoogften gebruikt wordt. Maat

" ,t ongelukkig is dusdanige uitlating voor den zaligen L? Want is zijne opmerking, (gelijk zeer ?n dit "anfclie Stukje,) overgenomen Wit van vlo?en ™ bn lasrdoor het ganfche .land gebiedt hun toni] ™z Jt elk, die daarbij het Hebreeuwscb na. |e! «ogenblikkelijk, dat van vloten deze jgg den ter neder ichrijvende, daarmede nooit iets anders bedoeld kan hebben, als ^ ophelderende vertaling

v u b". , bever zouden wij vertalen;. A«» orW ^4 fctöï" zeer te bejammeren. Ajtfft

aanhaling van ^ /«rftfg* CMW' biilebragt ter bevestiging *?^TT£J^Kfatt aiierongelukkigst. Die een wemig Hcbreeuwsch kent

oordeele zelf: Pf. LXXIII: 9b.

psn ij'rin p^?

. Pf. CXLVII: tg. P« *W ^

munt. Zendt Hij opüarde zijnb^f.

Dan /oo;w zijn mzgtwoord wow.

van vlot. ^ °v£r ^'

Hoe fnel rennen die, boden! y + Fles-