is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 9

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43° r°Zen; of verhalen van a. lafontaine.

fen, indien men flechts bij zich zeiven de noodige toe. pasfiflgen wil maken; maar vooral bevelen wij dit Werkje aan ter lezing der jeugdige lelde, zoowel van die der mannelijke als vrouwelijke, ten einde toch in den liefde, handel, die zoo veel, ja, mogen wij veilig zeggen, den grootften invloed kan hebben op ons tijdelijk geluk en welvaren , niet onbezonnen , maar bedachtzaam te werk te gaan.

De drie Verhalen, welke ons dit Werkje levert, zijn deze: nanthild; Mijnheer adam slim, of cle proef, en Huwelijksavonturen van den Graaf van aich. Het oogmerk, dat de Schrijver met de uitgave dezes Werkjes had, vertrouwen wij reeds genoeg aan het licht te hebben gebragt; onzen Lezeren eene ontleding der verhalen te geven, is, om meer gemelde redenen, geenszins ons plan; en hoewel een Werk van dezen aard juist niet zeer gefchikt is, om er een uittreklel uit te leveren zonder het geheel uit zijn verband te rukken, kunnen wij echter niet nalaten het navolgende Stukje uit het tweede verhaal uit te kippen, waaruit onzen Lezeren tevens den onderhoudenden trant, waarin deze verhalen gefchreven zijn, meer blijkbaar wordt:

,, Ik weet het niet, sara!" zeide mevrouw behrend : ,, ik geloof bijna niet dat het goed is , dat uw

„ vader u veroorlooft, uwen toekomftigen man op den

„ toets te ftellen. Want gij zijt, dtuikt mij, aireede

„ tegen allen ingenomen." „ Neen," fprak sara, zich verdedigende; ,, maar,

„ vader! de liefde moet met gellotene lippen van het

„voorwerp, dat zij bemint, treden. Het hart, lieve tante! heeft, ik gevoel het, geene andere tong,

„ dan eenen traan of zucht, welken het buitendien

3, nog verbergt." ' „ Hm! hm!" zeide de vader; „ met bedaardheid,,

„sara! Hoe kunt gij dan weten, of gij bemint wordt? he? "

,, Ach, vader! het bart kent het hart; het vergeet ,, het hart niet, hetwelk niet fpreken kan, noch den zucht, die zich verbergt."

,, Romannentaal, neeft romannentaal! De Heer ralf is derhalve ook een laffe vleijer?" „ Zoo wel, als de anderen."

Mevrouw beurend trok het neusje op; want de

heer